Alle soorten › Evenhoevigen › Hertachtigen

Hertachtigen | Cervidae

Deer | Cérvidos

Het gewei is geen hoorn maar bot, en het wordt elk jaar opnieuw gemaakt. Het groeit uit een blijvende stomp op het voorhoofd, onder een huid van fijn behaard bast die het van bloed voorziet; wanneer de groei klaar is wordt de bloedtoevoer afgeknepen, sterft het bast af en wordt het tegen struiken afgeveegd, waarna het dode bot de bronst door wordt gedragen en daarna afvalt. De groei kost veel kalk en volgt de daglengte. Alleen de mannetjes dragen het, met het rendier als uitzondering; bij één in Europa ingeburgerde soort ontbreekt het gewei geheel en dragen de mannetjes in plaats daarvan lange, uitstekende hoektanden. Verder zijn het herkauwers zonder bovensnijtanden, met lange poten en een verende, springende gang, en met geurklieren voor de ogen, aan de poten en tussen de hoeven. De bronst gaat bij de meeste soorten met roepen, slaan en vechten gepaard. Het kalf is gevlekt en blijft in de eerste weken roerloos in dekking liggen.

Inheemse soorten 7 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen, ook waar ze zijn uitgezet om een verdwenen populatie terug te brengen. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Reeën, elanden en rendieren | Capreolinae

3 soorten

Alces 1 soort

Capreolus 1 soort

Rangifer 1 soort

Edelherten en damherten | Cervinae

4 soorten

Cervus 2 soorten

Dama 2 soorten

Exoten 4 soorten

Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.