Alle soorten › Stormvogelachtigen › Albatrossen › Wenkbrauwalbatros

Wenkbrauwalbatros | Thalassarche melanophris

Black-Browed Albatross | Albatros Ojeroso

De wenkbrauwalbatros is de algemeenste albatros van de wateren rond zuidelijk Afrika: in de winter volgen honderden vogels de trawlers voor de West- en Zuid-Kaap. Een grote, forse mollymawk met een witte kop, een zwarte streep door het oog als een gefronste wenkbrauw en een felle oranjegele snavel.

Wenkbrauwalbatros (Thalassarche melanophris)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee bij trawlers luidruchtig: rauw kwetteren, grommende en krassende kreten in het gedrang om afval. In de kolonie balkende roepen met snavelgeklepper en waaierend uitgespreide staart tijdens de balts.

Luister: RoepXC1079222

Opname: Meena Haribal — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

80–95 cm, spanwijdte 2,1–2,5 m. Groot en stevig, met een witte kop en een korte zwarte streep boven en achter het oog die hem een norse uitdrukking geeft. Mantel, bovenvleugel en staart zijn zwartachtig, romp en onderdelen wit. De ondervleugel is wit met een zeer brede zwarte voorrand en een brede zwarte achterrand, zodat het witte deel een smalle middenband vormt. De snavel is bij volwassen vogels geheel oranjegeel met een rozerode punt. Jonge vogels hebben een grijze halskraag, een donkergrijze snavel met zwarte punt en een overwegend donkere ondervleugel; in de loop van enkele jaren wordt de snavel hoornkleurig en daarna geel.

Verwarrings­soorten

De witkapalbatros (Thalassarche cauta) is groter, met een grijsgewassen snavel met gele punt en een vrijwel witte ondervleugel met smalle zwarte randen en een kleine zwarte 'duimvlek' bij de oksel. De grijskopalbatros (Thalassarche chrysostoma) heeft een loodgrijze kop en een zwarte snavel met gele randen; onvolwassen vogels van beide soorten kunnen met de wenkbrauwalbatros worden verward, maar een wenkbrauwalbatros heeft een lichtere snavelbasis en een witter voorhoofd. De geelneusalbatrossen zijn kleiner en slanker, met een zwarte snavel met gele rug en een smalle zwarte rand op de ondervleugel.

Leefgebied

Open zee en vooral het continentaal plat en de plathelling, waar hij in grote aantallen trawlers en langlijnschepen volgt. Eet vis, pijlinktvis, krill en visafval. Broedt in dichte kolonies op kliffen en steile hellingen dicht bij zee.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Van april tot oktober talrijk op zee voor de westkust van Zuid-Afrika en Namibië en langs de zuidkust tot in de Oost-Kaap; minder algemeen voor KwaZulu-Natal en zuidelijk Mozambique, en in kleine aantallen noordwaarts tot voor Angola. Onvolwassen vogels blijven deels het hele jaar. Broedt niet in het gebied; de vogels voor zuidelijk Afrika komen vooral van Zuid-Georgië, met enkele van de Falklandeilanden. Circumpolair; de grootste kolonies liggen op de Falklandeilanden, verder op Zuid-Georgië, Kerguelen, Heard en eilanden bij Chili.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een wintertocht naar de trawlers voor Kaapstad levert vrijwel altijd tientallen tot honderden vogels op, vaak zo dichtbij dat snavel en ondervleugel goed te zien zijn. Gebruik de wenkbrauwalbatros als referentie voor grootte en ondervleugelpatroon bij het zoeken naar de zeldzamere mollymawks. Vanaf land te zien bij harde noordwestenwind vanaf Kaap de Goede Hoop en andere kapen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, na herziening van de status dankzij het herstel van de grote kolonies op de Falklandeilanden. Elders, vooral op Zuid-Georgië, neemt de soort nog af. Bijvangst in de langlijn- en trawlvisserij was lang de grootste bedreiging; in Zuid-Afrikaanse wateren is die sterk verminderd door verplichte vogelschriklijnen.

Wetenschappelijke naam

Thalassarche melanophris | (Temminck, 1828)

Temminck beschreef de soort in 1828 als Diomedea melanophris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalassarche werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Thalassarche komt van het Griekse thalassa, 'zee', en arkhos, 'heerser' — 'heerser over de zee', naar deze meesterlijke zweefvliegers van de open oceaan. melanophris komt van het Griekse melas, 'zwart', en ophrus, 'wenkbrauw' — naar de donkere streep boven en door het oog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.