Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Wahlbergs arend

Wahlbergs arend | Hieraaetus wahlbergi

Wahlberg's Eagle | Águila de Wahlberg

De Wahlbergs arend is de algemeenste kleine arend van de savannes van zuidelijk Afrika en een echte trekvogel: hij arriveert aan het eind van de droge tijd om te broeden en vertrekt na de regens weer naar de Sahel en Oost-Afrika. Het verenkleed kent donkere, lichte en tussenliggende vormen.

Wahlbergs arend (Hieraaetus wahlbergi)
Foto: Alandmanson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een langgerekt, hoog en klaaglijk fluiten, kliiiie-ee of piiieeeuw, vaak in de vlucht boven het nestbos en meestal het eerste teken dat de soort in september is aangekomen. Bij het nest ook een reeks korte kjip-kjip-roepen.

Luister: VluchtroepXC352650

Opname: David C. Moyer — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

53–61 cm, spanwijdte 130–146 cm. Een slanke arend met een kleine, spitse kuif op het achterhoofd, bevederde poten en een relatief kleine kop. De meeste vogels zijn egaal donkerbruin; een minderheid is roomwit tot lichtbruin op kop en ondervleugel, met donkere slagpennen, en er bestaan tussenvormen. In de vlucht zijn de lange, smalle en recht afgesneden vleugels met parallelle randen en de lange, smalle, recht afgesneden staart kenmerkend; de vogel zweeft met vlakke vleugels en heeft een kruisvormig silhouet. De staart wordt meestal gesloten gehouden. De geslachten zijn gelijk, het vrouwtje is groter; jonge vogels lijken op de volwassen vogels.

Verwarrings­soorten

De savannearend Aquila rapax is groter en zwaarder, heeft een kortere, afgeronde staart en geen kuifje. De schreeuwarend Clanga pomarina heeft bredere vleugels met duidelijke ‘vingers’ en een kortere staart. De zwarte wouw Milvus migrans heeft een gevorkte staart en geknikte vleugels. De dwergarend Hieraaetus pennatus heeft witte ‘landingslichten’ aan de voorrand van de vleugel, een lichte band over de bovenvleugel en een kortere staart. De Afrikaanse zwarte kuifarend Lophaetus occipitalis heeft een lange hangende kuif en witte vensters in de handpennen.

Leefgebied

Bosrijke savanne en bosveld: acaciasavanne, mopaneveld, gemengd bosveld en miombo, vaak langs rivieren. Jaagt vanaf een zitpost of uit de glijvlucht op hagedissen, kleine zoogdieren, vogels tot de grootte van een frankolijn en grote insecten. Nestelt in de kroon van een hoge boom, vaak een rivierboom, en hergebruikt het nest jaar na jaar.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het broedseizoen wijd verspreid in het savannegebied: het noorden en oosten van Zuid-Afrika (Limpopo, Mpumalanga, Noordwest, KwaZoeloe-Natal), Eswatini, Botswana, het noorden en midden van Namibië, Zimbabwe, Mozambique, Zambia, Malawi en Angola; ontbreekt in de Karoo, het fynbos en Lesotho. Buiten het broedseizoen trekt de populatie naar het noorden, tot in de Sahel en Oost-Afrika; er broedt ook een populatie in Oost-Afrika en de Sahel.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vanaf half september zijn de vogels opvallend boven de savanne, in baltsvlucht met duikelingen en klaaglijk gefluit. Kijk bij een zwevende middelgrote bruine arend eerst naar de vorm: lange, recht afgesneden vleugels en een lange, smalle, recht afgesneden staart wijzen op Wahlbergs arend, ongeacht de kleur. Nesten liggen vaak in hoge bomen langs droge rivierbeddingen, zoals in het Krugerpark.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op de Rode Lijst. In zuidelijk Afrika vrij algemeen in beschermde savannegebieden; daarbuiten gevoelig voor het kappen van grote bomen, vergiftigd aas en elektrocutie. Over de trekroutes en overwinteringsgebieden is nog weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Hieraaetus wahlbergi | (Sundevall, 1850)

Sundevall beschreef de soort in 1850 als Aquila Wahlbergi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hieraaetus werd in 1844 ingevoerd door Kaup. Hieraaetus is Grieks, van hierax 'havik' en aetos 'arend'. wahlbergi eert de Zweedse natuuronderzoeker Johan August Wahlberg (1810–1856), die in zuidelijk Afrika verzamelde en er door een olifant werd gedood. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mohapvani, Botswana.