Alle soorten › Spechtachtigen › Honingspeurders › Schubkeelhoningspeurder

Schubkeelhoningspeurder | Indicator variegatus

Scaly-Throated Honeyguide | Indicador Variegado

De schubkeelhoningspeurder is een bosbewoner die meer gehoord dan gezien wordt: zijn lange, oplopende tril klinkt uit het bladerdak zonder dat de roeper zich laat zien. Hij is even groot als de grote honingspeurder maar groener, en leidt geen mensen naar bijennesten.

Schubkeelhoningspeurder (Indicator variegatus)
Foto: Phil White — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een lange, zoemende en oplopende tril, trrrrrrrrrr-riet, van enkele seconden, die aan een krekel of een opwindende veer doet denken en met tussenpozen van een halve minuut of meer wordt herhaald. Het geluid is buikspreekachtig en verraadt de richting nauwelijks.

Luister: ZangXC976211

Opname: Jonathan Onongo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 19 cm. Bovendelen olijfgroen met fijne lichte randjes, kruin en achterhals grijsgroen gestippeld. Keel en borst grijsachtig met dichte donkere vlekjes en schubben, die naar de buik toe overgaan in een lichtere, olijf aangelopen onderzijde. De snavel is kort en donker, de buitenste staartpennen wit met donkere punten. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn egaler, met minder duidelijke keeltekening.

Verwarrings­soorten

De grote honingspeurder (Indicator indicator) is grijsbruin in plaats van groen en heeft een effen onderzijde of, bij het mannetje, een zwarte keel. De kleine honingspeurder (Indicator minor) is duidelijk kleiner, met een grijze, ongevlekte keel en een zwarte baardstreep. De geschubde keel en borst in combinatie met de olijfgroene rug zijn doorslaggevend.

Leefgebied

Afromontaan woud, oeverbos, kustbos en dichte bosranden, soms in hoge gemengde bosschages en plantages met oude bomen. Eet was en insecten. Broedparasiet van holenbroedende baardvogels en spechten, onder andere de witoorbaardvogel en de goudstaartspecht.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk in de beboste oostelijke helft: het oosten van Zuid-Afrika van de Oost-Kaap via KwaZoeloe-Natal tot Mpumalanga en Limpopo, Eswatini, het oosten van Zimbabwe, Mozambique, Malawi, Zambia en het noorden van Angola. Verder noordwaarts tot in Ethiopië en Somalië en westwaarts tot in Kameroen.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga af op de tril in het bladerdak en zoek geduldig naar een stil zittende, groene vogel op een horizontale tak in de middelste of hogere laag. De vogel keert vaak naar dezelfde roeptak terug. Bij bijennesten in holle bomen komt hij soms samen met andere honingspeurders op de was af.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar in het zuiden van het gebied schaars en afhankelijk van inheems bos. Versnippering en kap van bos en oeverbos vormen de voornaamste bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Indicator variegatus | Lesson, 1830

Lesson beschreef de soort in 1830 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Indicator werd in 1815 ingevoerd door Stephens. Indicator is Latijn voor 'aanwijzer, verklikker' — naar het beroemde gedrag van de grote honingspeurder, die mensen naar bijennesten leidt. variegatus is Latijn voor 'bont, gevlekt' — naar de geschubde keel en borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Afrika (niet nader bepaald).