Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Salvins prion

Salvins prion | Pachyptila salvini

Salvin's Prion | Prión de Salvin

De Salvins prion staat qua snavelbreedte en formaat tussen de breedbekprion en de Antarctische prion in. Hij broedt in grote aantallen op de Prins Edwardeilanden en is in de winter een van de prionen die het vaakst op de stranden van Zuid-Afrika worden aangespoeld.

Salvins prion (Pachyptila salvini)
Foto: Justin Ponder — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgzaam. Op de kolonies 's nachts een ritmisch, koerend kuk-kuk-koo-er uit de holen.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

Ongeveer 28 cm, een middelgrote prion. De bovendelen zijn blauwgrijs met een zwarte M over de vleugels, de onderdelen wit met een grijze halve kraag op de borstzijde. De kop toont een donkere oogstreep en een witte wenkbrauwstreep. De snavel is duidelijk breed, met uitgezette zijkanten, maar blauwgrijs van kleur en minder massief dan bij de breedbekprion. De staart heeft een vrij smalle zwarte eindband. Vliegt laag en zwenkend over de golven, vaak in groepen met andere prionen.

Verwarrings­soorten

De breedbekprion (Pachyptila vittata) is groter, met een nog bredere, donkere snavel en een hoekigere kop. De Antarctische prion (Pachyptila desolata) heeft een smallere snavel en is iets kleiner; de twee zijn op zee slechts met goede foto's te scheiden. De duifprion (Pachyptila turtur) en de dunbekprion (Pachyptila belcheri) hebben een smalle snavel en een lichter gezicht.

Leefgebied

Koude subantarctische oceaan, in de winter noordwaarts tot boven de Benguelastroom en de wateren voor de Kaap. Zeeft zoöplankton uit het oppervlaktewater en pikt krill op. Broedt in holen in venige grond op subantarctische eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied een talrijke broedvogel op Marion en Prince Edward, waar de vogels van oktober tot april bij de kolonies zijn. In de winter verspreidt de soort zich noordwaarts en is dan geregeld aanwezig voor de West- en Zuid-Kaap, soms tot voor KwaZulu-Natal en Namibië; na stormen worden soms honderden dode vogels op de stranden gevonden. Daarbuiten broedt de soort op de Crozeteilanden, Amsterdam en Saint-Paul.

Hoe en wanneer kijken

Aangespoelde prionen op de stranden van de Kaap na een winterstorm zijn meestal Salvins prionen of Antarctische prionen; meet de snavelbreedte om ze te scheiden. Op zee geeft een pelagische tocht vanuit Kaapstad in juli of augustus de beste kans, maar veel prionen blijven onbepaald.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; de wereldpopulatie wordt op enkele miljoenen paren geschat, met het grootste deel op de Crozeteilanden en de Prins Edwardeilanden. Op Marion hebben katten de kolonies lang onder druk gezet; nu vormen muizen de voornaamste bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Pachyptila salvini | (Mathews, 1912)

Mathews beschreef de soort in 1912 als Prion vittatus salvini; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pachyptila werd in 1811 ingevoerd door Illiger. Pachyptila komt van het Griekse pakhus, 'dicht, dik', en ptilon, 'veer' — naar het dichte, zachte verenkleed van de prions. salvini eert de Engelse ornitholoog Osbert Salvin (1835–1898), die veel over stormvogels publiceerde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Marioneiland.