Alle soorten › Stormvogelachtigen › Albatrossen › Salvins albatros
Salvins albatros | Thalassarche salvini
Salvin's Albatross | Albatros de Salvin
De Salvins albatros is een grote mollymawk uit de witkapgroep die broedt op rotseilanden ten zuiden van Nieuw-Zeeland en in klein aantal op Crozet. Voor zuidelijk Afrika is hij een zeldzame gast tussen de witkap- en wenkbrauwalbatrossen bij de trawlers, en een felbegeerde soort op elke pelagische tocht.
Geluid
Op zee bij trawlers kwetterende en krassende kreten; in de kolonie schor balken en snavelgeklepper.
Opname: Dan Lane — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
90–100 cm, spanwijdte 2,1–2,5 m. Gebouwd als de witkapalbatros, maar met kop en hals grijsbruin gewassen, zodat alleen het voorhoofd en de voorkruin lichter zijn; de grijze kap loopt als een kraag over de bovenborst. Mantel en bovenvleugel zijn donker grijsbruin, romp en onderdelen wit. De ondervleugel is wit met smalle zwarte randen, een zwarte duimvlek bij de oksel en iets meer zwart aan de handpenpunten dan bij de witkapalbatros. De snavel is olijfgrijs met een lichtgele rug en bovenpunt en een donkere vlek op de punt van de ondersnavel. Jonge vogels hebben een grijzere snavel met zwarte punt en lijken sterk op jonge witkapalbatrossen.
Verwarringssoorten
De witkapalbatros (Thalassarche cauta) heeft een witte kop met alleen een lichte grijze waas op de wangen en een grijze snavel met gele punt zonder donkere vlek op de ondersnavel. De grijskopalbatros (Thalassarche chrysostoma) is kleiner, met een zwarte snavel met gele randen en een ondervleugel met brede zwarte voorrand. Onvolwassen witkapalbatrossen met een grijze kop kunnen sterk op deze soort lijken; beoordeel dan de snavelkleur en het contrast tussen voorhoofd en wangen op foto's.
Leefgebied
Open zee, vooral boven de plathelling en diep water, waar hij met andere albatrossen trawlers en langlijnschepen volgt. Eet vis en pijlinktvis. Broedt op kale, steile rotseilanden zonder begroeiing.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Zeldzaam maar vrijwel jaarlijks op zee voor de West-Kaap, vooral bij de trawlers voorbij het plat voor Kaapstad; enkele waarnemingen voor Namibië en langs de zuidkust. Broedt vooral op de Bounty-eilanden en de Snares bij Nieuw-Zeeland, met een kleine kolonie op Crozet; foerageert buiten de broedtijd vooral in de Humboldtstroom voor Peru en Chili.
Hoe en wanneer kijken
Controleer op pelagische tochten vanuit Kaapstad in de winter elke witkapalbatros die een donkere kop of een donkere hals lijkt te hebben. Een grijze kap tot op de borst, een licht voorhoofd en een olijfgrijze snavel met donkere vlek op de ondersnavel wijzen op een Salvins albatros. Maak foto's van de snavel van dichtbij; zonder bewijs wordt een waarneming meestal niet aanvaard.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. Vrijwel de hele wereldpopulatie broedt op één kleine eilandengroep, zodat stormen, ziekte of een ramp daar grote gevolgen hebben. De belangrijkste bedreiging op zee is bijvangst in de langlijn- en trawlvisserij, vooral voor Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland.
Wetenschappelijke naam
Thalassarche salvini | (Rothschild, 1893)
Rothschild beschreef de soort in 1893 als Thalassogeron salvini; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalassarche werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Thalassarche komt van het Griekse thalassa, 'zee', en arkhos, 'heerser' — 'heerser over de zee', naar deze meesterlijke zweefvliegers van de open oceaan. salvini eert de Engelse ornitholoog Osbert Salvin (1835–1898), bekend om zijn werk over de vogels van Midden-Amerika en over stormvogels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nieuw-Zeeland (niet nader bepaald).
