Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Rosse waaierstaart

Rosse waaierstaart | Cercotrichas galactotes

Rufous-Tailed Scrub Robin | Alzacola Rojizo

De rosse waaierstaart is een lichte, zandkleurige waaierstaart met een felrode staart, die broedt rond de Middellandse Zee, in de Sahel en in het Midden-Oosten. Hij overwintert in de Sahel en Oost-Afrika tot in Kenia en Tanzania; in zuidelijk Afrika is hij een uitzonderlijke dwaalgast.

Rosse waaierstaart (Cercotrichas galactotes)
Foto: El Golli Mohamed — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Weinig vocaal buiten de broedtijd. De roep is een hard, droog tsjak of tek en een schril, ratelend tsjrrr. De zang in het broedgebied is een heldere, afwisselende reeks leeuwerikachtige frasen, vaak in een zangvlucht.

Luister: ZangXC1134777

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een slanke, langpotige waaierstaart van 15 tot 16 cm. De bovenzijde is warm zandbruin tot grijsbruin, de stuit en de lange staart zijn helder roestrood; de staartpennen hebben een zwarte band voor de witte top, goed te zien als de vogel de staart hoog opwipt en spreidt. De kop toont een lange, lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. De onderzijde is effen roomwit tot bleek zandkleurig, zonder strepen. De vleugelpennen hebben lichte randen. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Kalahariwaaierstaart (Cercotrichas paena) is de grootste valkuil: ook zandkleurig met een rossige staart met zwarte eindband en witte toppen, maar grijzer van boven, met een duidelijker zwarte baardstreep en een grijzige borst. Controleer daarom altijd het kleurcontrast tussen rug en staart en de koptekening. De witbrauwwaaierstaart (Cercotrichas leucophrys) heeft een gestreepte borst en witte vleugelstrepen. De Karoowaaierstaart (Tychaedon coryphoeus) heeft een grijsbruine staart.

Leefgebied

In het overwinteringsgebied droog, open doornveld, struikgewas met kale grond, akkerranden en droge rivierbeddingen. Foerageert op de grond, rent een stukje met opgewipte staart en pikt insecten op.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In zuidelijk Afrika een uitzonderlijke dwaalgast, met slechts een handvol aanvaarde waarnemingen; buiten deze gevallen is de soort niet met zekerheid in het gebied vastgesteld. Het broedgebied strekt zich uit van Zuid-Europa en Noord-Afrika via de Sahel en het Midden-Oosten tot Centraal-Azië; Afrikaanse vogels (minor) worden soms als aparte soort beschouwd. De overwinteringsgebieden liggen in de Sahel en in Oost-Afrika, zuidwaarts tot Kenia en Tanzania.

Hoe en wanneer kijken

Een melding in zuidelijk Afrika vraagt om foto's en een zorgvuldige vergelijking met de Kalahariwaaierstaart. Let op de roestrode staart die sterk afsteekt tegen de zandbruine rug, de lange lichte wenkbrauwstreep en de ongestreepte, lichte onderzijde. Meld een waarneming bij de nationale zeldzaamhedencommissie.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot, maar in Europa is de soort de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan door intensivering van de landbouw en het verdwijnen van droge struwelen, vooral in Spanje en Portugal.

Wetenschappelijke naam

Cercotrichas galactotes | (Temminck, 1820) (GBIF: Erythropygia galactotes)

Temminck beschreef de soort in 1820 als Sylvia galactotes; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cercotrichas werd in 1831 ingevoerd door Boie. Cercotrichas is Grieks, van kerkos 'staart' en trikhas 'lijster'. galactotes betekent 'melkachtig', van het Griekse gala 'melk'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Algeciras in Zuid-Spanje.