Alle soorten › Zangvogels › Graszangers › Ratelgraszanger
Ratelgraszanger | Cisticola chiniana
Rattling Cisticola | Cistícola Cascabel
De ratelgraszanger is de algemeenste en luidruchtigste graszanger van het savannebosveld in het noorden en oosten van het gebied. Het mannetje zingt vanaf de top van een struik of een lage boom een paar harde tonen die eindigen in een droog geratel, en verraadt zich daarmee al van ver. Een graszanger die in het bosveld openlijk boven op een struik zingt, is meestal deze soort.
Geluid
De zang, vanaf een hoge zitplaats, bestaat uit twee tot vier harde tonen gevolgd door een droog geratel: tsjie-tsjie-tsjie-tsjrrrrrr of tsjoe-tsjoe-kwirrrr, eindeloos herhaald en met veel regionale variatie. Alarm- en onrustroepen zijn een scherp, schurend tsjer-tsjer-tsjer en een ratelend trrrrr, vaak door beide vogels van een paar tegelijk. Zingt vrijwel het hele jaar, het meest in het regenseizoen; er is geen hoge zangvlucht.
Opname: JJSUN — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–16 cm; het mannetje is duidelijk groter en zwaarder dan het vrouwtje. De bovendelen zijn grijsbruin met duidelijke donkere streping op mantel en rug; de kruin is warm roodbruin en fijn gestreept, de vleugelpennen hebben roestbruine randen. Een smalle, onduidelijke lichte wenkbrauwstreep. De onderdelen zijn vuilwit met een okerkleurige waas op de flanken. De middellange staart is grijsbruin met een donkere subterminale band en lichte punten. De snavel is vrij stevig, bij het mannetje in het broedseizoen zwart, anders hoornbruin. Het verschil tussen zomer- en winterkleed is gering. Jonge vogels zijn warmer getint met een gelige waas op de onderdelen. Zit veel open op struiken en in lage bomen in plaats van verscholen in het gras.
Verwarringssoorten
De roodstaartgraszanger Cisticola rufilatus lijkt sterk, maar heeft een ongestreepte grijsbruine rug, een helderder roestrode kruin en staart en een opvallender witte wenkbrauwstreep, en zingt een zacht, belletjesachtig tink-tink-tink. De jammergraszanger Cisticola lais is zwaarder gestreept, leeft op grazige berghellingen in plaats van in bosveld en zingt klaaglijke, gerekte tonen. De witbrauwgraszanger Cisticola cantans heeft een ongestreepte rug en een roodbruin vleugelpaneel en leeft in ruigte aan bosranden. De Natalgraszanger Cisticola natalensis is groter en forser gesnaveld, met een kwakende zang, in open grasland. De bruinkopgraszanger Cisticola fulvicapilla is kleiner, met een ongestreepte rug en een effen roodbruine kop, en zingt een snel, eentonig tsjie-tsjie-tsjie. Het beste kenmerk blijft de zang: harde, schurende inleidende tonen en een ratelend slot.
Leefgebied
Open tot halfopen bosveld met gras en struiken: acaciasavanne, gemengd loofbosveld, mopane, miombo met ruige ondergroei, braakliggend land en de randen van akkers. Mijdt dicht bos, boomloos grasland en echte woestijn. Foerageert laag in struiken en op de grond op insecten en spinnen. Het nest is een bal van gras, laag in een graspol of struik.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied wijdverspreid en algemeen in het noorden en oosten: heel Zimbabwe, Zambia, Malawi en Mozambique, het noorden en oosten van Botswana, het noorden van Namibië met de Caprivistrook, het grootste deel van Angola buiten de noordwestelijke kustvlakte, en in Zuid-Afrika het bosveld van Limpopo, Mpumalanga, Noordwest en het noorden van KwaZulu-Natal; verder Eswatini. Ontbreekt in de Karoo, de Kaapse provincies en Lesotho. Daarbuiten noordwaarts door Oost-Afrika tot Kenia en het zuiden van Ethiopië, en westwaarts tot het zuiden van Congo-Kinshasa.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond; in bijvoorbeeld het Krugerpark, Hwange, de Okavangodelta en de Luangwavallei zingt het mannetje vanaf de hoogste struik. Let op de gestreepte rug en, in het broedseizoen, de zwarte snavel van het zingende mannetje. Omdat de zang zo sterk varieert, luister naar de opbouw, eerst harde tonen en dan een geratel, en niet naar de precieze klank. Een graszanger die bij benadering op een struik gaat zitten en luid scheldt, is in het bosveld vrijwel altijd een ratelgraszanger.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Een van de talrijkste vogels van het savannebosveld, die zich ook goed handhaaft in licht beweid of gekapt bosveld en op boerenland met struiken.
Wetenschappelijke naam
Cisticola chiniana | (Smith, 1843)
Smith beschreef de soort in 1843 als Drymoica chiniana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cisticola werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Cisticola is gevormd uit het Griekse kisthos 'cistusroos' en het Latijnse colere 'bewonen'. chiniana is waarschijnlijk een plaatsnaam, naar de Chenyane- of Tshwenyane-heuvels ten noorden van Zeerust. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zeerust, Zuid-Afrika.


