Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Poelsnip
Poelsnip | Gallinago media
Great Snipe | Agachadiza Real
De poelsnip is een zware, kortsnavelige snip die in Scandinavië, Polen en West-Rusland broedt en ten zuiden van de evenaar overwintert. Hij houdt zich schuil in grasrijke vleien en graslanden en wordt meestal pas gezien wanneer hij vlak voor de voeten opvliegt, zwijgend en in een rechte, trage vlucht.
Geluid
Vrijwel altijd stil bij het opvliegen; hooguit een zacht, laag etsj of een droog gekras. In het broedgebied baltsen de mannetjes 's nachts met een zacht geborrel, geklik en gezoem, maar in Afrika is dat niet te horen.
Opname: János Schadl — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
27–29 cm. Een gedrongen, borstige snip met een relatief korte snavel. Van boven donker met lichte mantelstrepen, van onderen tot op de buik dicht gebandeerd, zonder de witte, ongetekende buik van de andere snippen. Het beste kenmerk zijn de vleugeldekveren: de grote en middelste dekveren hebben brede witte toppen die op de zittende vogel rijen witte stippen en in de vlucht twee à drie smalle witte vleugelbanden geven, tussen een donker vleugelveld. De buitenste staartpennen zijn veel wit, wat bij het opvliegen en landen opvalt. De vlucht is traag, recht en laag, met de snavel iets omlaag, en eindigt vaak al na korte afstand.
Verwarringssoorten
De Afrikaanse snip Gallinago nigripennis heeft een langere snavel, een witte buik, geen witte vleugelbanden en vliegt zigzaggend en roepend op. De watersnip Gallinago gallinago is slanker, met een witte buik, een witte achterrand aan de vleugel in plaats van witte dekveertoppen, en een scherpe roep bij het opvliegen. De goudsnip Rostratula benghalensis heeft een witte oogring en brede, ronde vleugels met goudkleurige vlekken.
Leefgebied
Grasrijke randen van vleien en moerassen, vochtige graslanden, drassige laagten en natte weilanden, vaak op iets drogere plekken dan de andere snippen. Soms ook in de randen van rijstvelden en in pas afgebrand grasland met plassen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Vooral in het noorden en oosten van het gebied: Zambia, Malawi, Zimbabwe, noordelijk Botswana, de Caprivistrook in Namibië, Angola en het binnenland van Mozambique; schaars en onregelmatig in het noordoosten van Zuid-Afrika (Limpopo, Mpumalanga, KwaZoeloe-Natal), zeldzaam verder zuidelijk. Het hoofdoverwinteringsgebied ligt in Centraal- en Oost-Afrika, van Congo tot Tanzania en Kenia. Broedt van Noorwegen en Oost-Polen tot West-Siberië.
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Loop in de zuidelijke zomer langzaam door ruig, vochtig grasland aan de rand van een vlei. Een snip die zwijgend, recht en laag opvliegt en weer neervalt, met een witte flits in de staart en witte vleugelbanden, is een poelsnip. Let bij het opvliegen vooral op de buik: dicht gebandeerd zonder wit vlak.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De broedpopulatie is sterk afgenomen door ontwatering en intensivering van hooilanden in Oost-Europa, en ook de overwinteringsgebieden in Afrika gaan achteruit door drooglegging, overbeweiding en omzetting van vleien naar landbouwgrond. In zuidelijk Afrika weinig onderzocht en waarschijnlijk ondergemeld.
Wetenschappelijke naam
Gallinago media | (Latham, 1787)
Latham beschreef de soort in 1787 als Scolopax Media; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gallinago werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Gallinago is Neolatijn voor 'snip', gevormd uit het Latijnse gallina 'hen' en het achtervoegsel -ago 'gelijkend op'. media is Latijn voor 'middelste': de vogel houdt in grootte het midden tussen de houtsnip en de watersnip. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Engeland.

