Alle soorten › Zangvogels › Buulbuuls › Oostelijke grijskeelbuulbuul

Oostelijke grijskeelbuulbuul | Arizelocichla nigriceps

Black-Headed Mountain Greenbul | Bulbul del Kilimanjaro

De oostelijke grijskeelbuulbuul is een buulbuul van de bergbossen van Oost-Afrika, met een zwarte kap boven een grijze keel. Hij behoort tot een groep nauw verwante bergbuulbuuls die vroeger als één soort werden behandeld; de zuidelijke vorm in Malawi, Zambia en Mozambique is nu de zwartbrauwbuulbuul, zodat deze soort zelf het gebied niet zeker bereikt.

Oostelijke grijskeelbuulbuul (Arizelocichla nigriceps)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luidruchtig. Een droog, herhaald tsjuk en een korte, borrelende zang van rollende en krassende tonen, tsjoek-tsjirrirrip-tsjoek, vaak door meerdere vogels tegelijk bij een vruchtdragende boom.

Luister: RoepXC801455

Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–19 cm. Kruin, voorhoofd en teugel zijn zwart tot roetzwart en vormen een duidelijke kap; wangen en keel zijn grijs. De bovenzijde is helder olijfgroen, de onderzijde olijfgeel, het geelst op de buik en de onderstaartdekveren. Vleugels en staart olijfgroen. De snavel is zwart, de ogen donker, de poten grijsbruin. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een doffere, bruinere kap.

Verwarrings­soorten

De zwartbrauwbuulbuul Arizelocichla fusciceps heeft een bruinere kruin met een donkere wenkbrauw in plaats van een volledig zwarte kap, en is de bergbuulbuul die in het gebied wordt aangetroffen; oudere meldingen uit Malawi en Zambia onder deze naam horen bij die soort. Shelleys buulbuul Arizelocichla masukuensis is kleiner en heeft een grijze, geen zwarte kop, met een smalle witte oogring.

Leefgebied

Montaan bos en bosranden, ook secundair bos, struweel aan de bosrand en tuinen met fruitbomen nabij bos, doorgaans boven 1500 m. Foerageert in de middelste etage en het bladerdak op vruchten en insecten, vaak in groepjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied niet met zekerheid vastgesteld; meldingen uit het noorden van Malawi en het noordoosten van Zambia worden tegenwoordig toegeschreven aan de zwartbrauwbuulbuul. Het areaal ligt in de bergen van Kenia en Tanzania, onder meer Kilimanjaro, Meru en de Eastern Arc, en in delen van het Albertine Rift.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wie een grijskelige bergbuulbuul met donkere kop in Malawi of Zambia ziet, heeft vrijwel zeker een zwartbrauwbuulbuul voor zich. Let bij twijfel op de kruin: een geheel zwarte kap wijst op deze soort, een bruinige kruin met donkere wenkbrauw op de zwartbrauwbuulbuul. Een foto van de kop is voor een melding onmisbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; in de Oost-Afrikaanse bergbossen plaatselijk algemeen. Het verlies van bergbos door kap en landbouw is de belangrijkste bedreiging, maar de soort verdraagt ook secundair bos en bosranden.

Wetenschappelijke naam

Arizelocichla nigriceps | (Shelley, 1889)

Shelley beschreef de soort in 1889 als Xenocichla nigriceps; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arizelocichla werd in 1905 ingevoerd door Oberholser. Arizelocichla komt van het Griekse arizēlos, 'opvallend, duidelijk', en kikhlē, 'lijster'. nigriceps komt van het Latijnse niger, 'zwart', en -ceps, '-koppig' — naar de donkergrijze kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kilimanjaro, Tanzania.