Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Namakwazandhoen

Namakwazandhoen | Pterocles namaqua

Namaqua Sandgrouse | Ganga de Namaqua

Het Namakwazandhoen is de duifachtige woestijnvogel met een spitse, uitgroeiende staart, die elke ochtend in groepen tientallen kilometers naar een drinkplaats vliegt. Het mannetje doorweekt daar zijn buikveren en draagt het water terug naar de kuikens.

Namakwazandhoen (Pterocles namaqua)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een nasaal, ver dragend kelkie-wyn of tsjanta-goe, dat in vlucht wordt herhaald terwijl groepen op de drinkplaats afkomen. Vaak hoor je de vogels ruim voordat ze in zicht zijn. Op de grond zijn ze stil.

Luister: VluchtroepXC845529

Opname: Ehren Eksteen — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 24 tot 28 cm lang, met de verlengde centrale staartpennen meegerekend, en 150 tot 200 gram zwaar. Het verenkleed is zandbruin en schutkleurig; de rug draagt grote roomkleurige vlekken. Het mannetje heeft een geelbruine kop en keel en daaronder een scherpe witte en kastanjebruine dubbele band over de onderborst, met daaronder een donkerbruine buik. Vrouwtje en jonge vogels zijn over het hele lichaam dicht gestreept en gebandeerd zandkleurig, zonder borstband. De vlucht is snel en recht op spitse vleugels, met korte, snelle slagen.

Verwarrings­soorten

Het dubbelbandzandhoen (Pterocles bicinctus) heeft een afgeronde staart, bij het mannetje een zwart-witte voorhoofdstekening en een gebandeerde buik, en het drinkt in de schemering in plaats van 's ochtends. Het bont zandhoen (Pterocles burchelli) heeft eveneens een ronde staart, is over het hele lichaam wit gespikkeld en kaneelkleurig van onderen. De spitse staart, de effen donkere buik van het mannetje en de ochtendlijke drinkvluchten kenmerken het Namakwazandhoen.

Leefgebied

Aride Karoo, Kalaharizandveld, de grindvlakten van de Namib, halfwoestijnstruweel en schaars grasland. Het voedsel bestaat vrijwel uitsluitend uit kleine harde zaden, die op de grond worden opgepikt; broedt op een kale plek op open grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

De drogere westelijke helft van zuidelijk Afrika: Namibië, de Kalahari in Botswana, de Noord-Kaap en het westen van de Vrijstaat, de westelijke randen van Zimbabwe en het uiterste noordwesten van de Westelijke Kaap. Buiten deze regio reikt de soort alleen tot het zuidwesten van Angola, zodat ze feitelijk een aride endeem van zuidelijk Afrika is. Binnen het gebied is ze nomadisch en volgt ze de regen.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga tussen ongeveer acht en elf uur 's ochtends bij een drinkplaats zitten, wanneer de groepen in golven binnenkomen; blijf op afstand in een auto of kijkhut, want de vogels landen pas als het rustig is. Luister eerst naar de roep, die vooruit loopt op de vogels zelf. Kijk of een mannetje na het drinken met natte buikveren opvliegt: dat water gaat over afstanden tot dertig kilometer naar de kuikens.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is talrijk en wijdverbreid in de droge gebieden, en heeft baat gehad bij de aanleg van drinkbakken en boorgaten voor vee, waardoor ze in gebieden kan leven die eerder te ver van open water lagen. Langdurige droogte veroorzaakt lokale wegtrek en mislukte broedseizoenen, en waar de jacht is toegestaan worden aanzienlijke aantallen geschoten.

Wetenschappelijke naam

Pterocles namaqua | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Tetrao Namaqua; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterocles werd in 1815 ingevoerd door Temminck. Pterocles komt van het Griekse pteron, 'vleugel', en -kles, 'roem' — 'beroemd om zijn vleugels', naar de snelle, uithoudingsvlucht waarmee zandhoenders dagelijks kilometers ver naar drinkplaatsen vliegen. namaqua verwijst naar Namakwaland, de halfwoestijnstreek in het westen van Zuid-Afrika en Namibië waar de soort voor het eerst werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Namakwaland.