Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Kerguelenstern

Kerguelenstern | Sterna virgata

Kerguelen Tern | Charrán de las Kerguelen

De Kerguelenstern is een kleine, donkergrijze stern van de subantarctische eilanden in de zuidelijke Indische Oceaan. Binnen het gebied broedt hij alleen op Marion en Prins Edward, de Zuid-Afrikaanse eilanden ver ten zuidoosten van het vasteland. Anders dan de meeste sterns zoekt hij veel voedsel boven land en zoet water.

Kerguelenstern (Sterna virgata)
Foto: User:Fguerraz This illustration was made by François Guerraz. Please credit this with : © François Guerraz in the immediate vicinity of the image. A link to my web gallery http://album.fgv6.net would be much appreciated but isn't mandatory. An email to François Guerraz would be appreciated too. Do not copy this image illegally by ignoring the terms of the license below, as it is not in the public domain. If you would like special permission to use, license, or purchase the image please contact me François Guerraz to negotiate terms. More free pictures in my personal gallery — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, raspend kriek of kie-errr, iets hoger en dunner dan de roep van de Antarctische stern, en een snel geratel bij verstoring van de kolonie.

Luister: VluchtroepXC623835

Opname: Hichem MACHOUK — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

31–33 cm. In broedkleed een zwarte kap met een scherp afgetekende witte wangstreep eronder; de rest van het lichaam, inclusief de onderdelen, is vrij donker grijs. Stuit en staart zijn grijs, niet wit, en de staartpennen zijn betrekkelijk kort. De snavel is dieprood en vrij kort en dun, de poten zijn rood. In winterkleed is het voorhoofd wit en de kruin gespikkeld, de onderdelen worden lichter en de snavel donkerder. Jonge vogels zijn sterk bruin en zwart geschubd op de bovendelen, donkerder dan jonge Antarctische sterns. Vliegt met snelle, wat stijve vleugelslagen, vaak laag boven vegetatie.

Verwarrings­soorten

De Antarctische stern Sterna vittata komt op dezelfde eilanden voor en is de grootste valkuil. Die is groter en lichter grijs, heeft een witte stuit en staart met langere staartspiesen, een zwaardere snavel en foerageert vooral op zee. Het grijze achterlijf en de grijze staart van de Kerguelenstern zijn in vlucht het beste kenmerk. De noordse stern Sterna paradisaea komt er als doortrekker voor, maar is in de zuidelijke zomer meestal in rui en heeft een witte stuit.

Leefgebied

Kustgebieden van de eilanden: moerassige graslanden, mosvlakten, zoetwaterpoelen en rustige baaien met kelp. Zoekt veel voedsel boven land, waarbij hij insecten, larven en andere ongewervelden uit de vegetatie en van plassen pikt, daarnaast kleine vis en kreeftachtigen uit de kelpzone. Broedt in kleine, losse groepjes op de grond tussen lage vegetatie of op kaal gruis nabij de kust.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen op de Prins Edwardeilanden (Marion en Prins Edward), waar enkele tientallen paren broeden; op het Afrikaanse vasteland niet met zekerheid vastgesteld. Daarbuiten broedt de soort op de Crozeteilanden en de Kerguelen, met een klein aantal paren op Heard. Buiten de broedtijd blijven de vogels grotendeels in de buurt van de broedeilanden.

Hoe en wanneer kijken

Alleen te zien tijdens de jaarlijkse bevoorradingsvaarten naar Marion, meestal in april–mei, of bij onderzoekswerk op het eiland. Let bij elke stern op het eiland op de kleur van stuit en staart: grijs wijst op deze soort, wit op Antarctische stern. De eieren worden gelegd in de zuidelijke lente en zomer, vooral oktober–december.

Staat van instandhouding

Gevoelig; wereldwijd staat de soort als bijna bedreigd te boek vanwege de kleine populatie van enkele duizenden paren op een handvol eilanden. Geïntroduceerde katten en ratten hebben elders veel schade gedaan; op Marion werden de katten begin jaren negentig uitgeroeid, maar muizen, die kuikens en eieren kunnen aanvallen, zijn er nog aanwezig.

Wetenschappelijke naam

Sterna virgata | Cabanis, 1875

Cabanis beschreef de soort in 1875 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sterna werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Sterna gaat terug op het Oudengelse stearn, dat voorkomt in het gedicht The Seafarer; de Friezen gebruikten een verwant woord voor sterns. virgata is Latijn voor 'gestreept'; waar de naam op de vogel naar verwijst is niet duidelijk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kerguelen.