Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Kaapse stormvogel

Kaapse stormvogel | Daption capense

Pintado Petrel | Petrel Pintado

De Kaapse stormvogel is de zwart-wit geblokte stormvogel die in de winter in zwermen achter trawlers voor de Kaap hangt. Het schaakbordpatroon op de bovenvleugel onderscheidt hem van de andere stormvogels van de zuidelijke oceanen.

Kaapse stormvogel (Daption capense)
Foto: christoph_moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee vooral te horen bij het gevecht om visafval: een schor, snel ratelend gekakel, kak-kak-kak-kak of cac-carrr, waarbij vogels elkaar met gespreide vleugels op het water wegduwen. In de kolonie koerende en krassende roepen.

Luister: ZangXC835688

Opname: Mike Bell/Dave Boyle — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

36–40 cm, een gedrongen, duifachtige stormvogel met korte hals en ronde kop. Kop, nek en mantel zijn roetzwart; rug en stuit wit met zwarte vlekken, zodat de bovenkant geblokt lijkt. Op elke bovenvleugel liggen twee witte vlakken, een grote aan de basis van de handpennen en een kleinere op de binnenvleugel, gescheiden door zwart. De staart is wit met een brede zwarte eindband. De onderzijde is wit, met een donkere rand langs de ondervleugel. De snavel is kort en zwart. Seksen en leeftijden zijn gelijk. Vliegt met snelle, stijve slagen afgewisseld met korte glijvluchten, laag over het water.

Verwarrings­soorten

Binnen het gebied geen verwarring mogelijk: geen andere stormvogel heeft het geblokte zwart-witte bovenvleugelpatroon. De Antarctische stormvogel (Thalassoica antarctica) is bruin en wit maar zonder blokken en komt niet in het gebied. Op grote afstand kan een versleten vogel doen denken aan een grijze stormvogel Fulmarus glacialoides, die echter lichtgrijs is met één wit vlak op de handpennen.

Leefgebied

Koude, voedselrijke wateren boven en langs het continentale plat, vooral in de Benguelastroom. Eet krill, kleine vis, inktvis en afval van vissersschepen, al zwemmend opgepikt of met korte duikjes. Broedt op kale rotsrichels en kliffen van antarctische en subantarctische eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In de winter talrijk voor de West-Kaap en langs de westkust tot in Namibië; langs de zuid- en oostkust minder talrijk, in koude jaren tot in KwaZulu-Natal en een enkele keer zuidelijk Mozambique. Ook in de wateren rond de Prins Edwardeilanden, maar broedt daar niet. Broedt circumpolair op het Antarctisch Schiereiland, de kust van Antarctica en eilanden als Zuid-Georgia, de Zuidelijke Orkney- en Shetlandeilanden, Bouvet, Crozet en Kerguelen; zwerft buiten de broedtijd noordwaarts tot rond de keerkring in de Humboldt- en Benguelastroom.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een pelagische tocht vanuit Kaapstad of Simonstad tussen juni en september geeft vrijwel zeker tientallen tot honderden vogels achter een trawler. Ze landen dicht bij de boot op het water en laten zich van dichtbij fotograferen. Bij noordwesterstorm in de winter soms vanaf kapen als Kaap de Goede Hoop of Kommetjie te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, met een wereldpopulatie van naar schatting twee miljoen vogels. Er sterven vogels als bijvangst in de beuglijn- en trawlvisserij, maar op populatieniveau is geen duidelijke afname vastgesteld. Veranderingen in de hoeveelheid krill door opwarming van de Zuidelijke Oceaan vormen een risico op lange termijn.

Wetenschappelijke naam

Daption capense | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Procellaria capensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Daption werd in 1826 ingevoerd door Stephens. Daption is een anagram van 'pintado', Portugees en Spaans voor 'beschilderd' — de naam die zeelieden deze vogel gaven om zijn bonte zwart-witte verenkleed. capense betekent 'van de Kaap' — naar Kaap de Goede Hoop, waar het typeexemplaar werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.