Alle soorten › Hoppen en neushoornvogels › Neushoornvogels › Damaratok

Damaratok | Tockus damarensis

Damara Red-Billed Hornbill | Toco de Damara

De Damaratok is de roodsnavelige tok van het droge noordwesten van Namibië en het zuidwesten van Angola. Hij werd lange tijd als ondersoort van de roodsnaveltok beschouwd en is het best te herkennen aan zijn witte gezicht en donkere oog.

Damaratok (Tockus damarensis)
Foto: Heribert Bechen, 5 million visits - many thanks! — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle reeks klokkende noten, kok-kok-kok-kokokokok, die versnelt en aanzwelt; bij het roepen buigt de vogel de kop en heft hij de vleugels, anders dan de zuidelijke roodsnaveltok.

Luister: ZangXC892947

Opname: Bram Vogels — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 42 cm, met een slanke, gebogen rode snavel; bij het mannetje is de basis van de ondersnavel donker. Kop en gezicht zijn grotendeels wit, met een donkergrijze kruin en achterhals en weinig of geen streping op de oorstreek. De iris is donkerbruin. De bovendelen zijn zwartbruin met rijen witte vlekken op de dekveren en een witte rugstreep, de onderdelen wit. De staart is donker met witte punten.

Verwarrings­soorten

De zuidelijke roodsnaveltok (Tockus rufirostris) heeft een gele iris, roze tot grijze huid rond het oog en duidelijke zwarte streping van de oorstreek tot opzij van de hals. In het gebied rond Etosha komen beide soorten en mengvormen voor. Monteiro's tok (Tockus monteiri) is groter, heeft een grijsbruine kop, een wit vleugelveld en witte buitenste staartpennen.

Leefgebied

Droog, open doornveld en mopanestruweel op zand of grind, rotsige heuvels en droge rivierbeddingen met bomen. Foerageert vooral op de grond op termieten, mieren, larven en sprinkhanen, en loopt vaak mee met groepen dwergmangoesten. Broedt in boomholten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Bijna endemisch in het gebied: het noordwesten van Namibië, van het Kaokoveld en Damaraland tot de westrand van Etosha en de omgeving van Erongo, en het zuidwesten van Angola (Namibe en het laagland van Huíla). Naar het oosten gaat de soort over in de zuidelijke roodsnaveltok.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Regelmatig te zien in de mopane- en doornstruwelen van Damaraland en het Kaokoveld, en in het westen van Etosha. Kijk bij elke roodsnavelige tok in Namibië naar het oog en het gezicht: donker oog en wit gezicht wijzen op deze soort, geel oog en gestreepte oorstreek op de zuidelijke roodsnaveltok.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; binnen het beperkte areaal vrij algemeen. De soort leeft grotendeels in dunbevolkte droge gebieden en ondervindt weinig directe druk, al kan langdurige droogte de broedresultaten sterk drukken.

Wetenschappelijke naam

Tockus damarensis | (Shelley, 1888)

Shelley beschreef de soort in 1888 als Lophoceros damarensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tockus werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Tockus is klanknabootsend, naar het tokkende, tikkende geluid van de roep van deze neushoornvogels. damarensis verwijst naar Damaraland in Namibië, waar het eerste exemplaar werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Otjimbingwe, Namibië.