Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Brilstern
Brilstern | Onychoprion anaethetus
Bridled Tern | Charrán Embridado
De brilstern is de kleinere, grijzere tegenhanger van de bonte stern, een oceaanstern van tropische zeeën met een witte wenkbrauwstreep die tot achter het oog doorloopt. Voor de oostkust van zuidelijk Afrika is hij een schaarse zomergast.
Geluid
Een hoog, keffend wep-wep en een nasaal, kort kerrr; in kolonies aanhoudender dan op zee.
Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 37 cm, slank, met lange, smalle vleugels en een diep gevorkte staart met lange witte buitenste pennen. Kap en oogstreep zijn zwart; een smal wit voorhoofd loopt als een wenkbrauwstreep tot achter het oog. Een lichtgrijze nekband scheidt de kap van de grijsbruine mantel en vleugels, die duidelijk lichter zijn dan de kap. De onderdelen zijn wit, de ondervleugel wit met donkere handpennen. Snavel en poten zwart. Jonge vogels hebben een gestreepte, lichtere kruin, lichtgerande grijsbruine bovendelen zonder witte stippen en witte onderdelen.
Verwarringssoorten
De bonte stern (Onychoprion fuscatus) is groter en forser, met zwarte, niet grijsbruine bovendelen die niet contrasteren met de kap, zonder lichte nekband, en met een breder wit voorhoofd dat niet tot achter het oog reikt. Jonge bonte sterns zijn geheel donker met witte stippen, jonge brilsterns wit van onderen. Zwarte sterns (Chlidonias niger) en andere moerassterns zijn veel kleiner, met een korte, nauwelijks gevorkte staart.
Leefgebied
Warme, tropische zeeën, vaak dichter bij de kust en bij riffen dan de bonte stern. Foerageert alleen of in kleine groepen, pikt prooi van het oppervlak en rust graag op drijvend wier, drijfhout en boeien. Broedt op rotsige en koraaleilanden, verborgen onder rotsen of in dichte vegetatie.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied een schaarse zomergast voor de kust van Mozambique en KwaZulu-Natal, meestal ver op zee en soms na stormen langs de kust; elders in het gebied een dwaalgast, met uitzonderlijke meldingen voor Angola en de zuidkust van Zuid-Afrika. Broedt in de westelijke Indische Oceaan op de Seychellen en langs de kusten van Oost-Afrika en de Rode Zee, en verder in de tropische delen van de Atlantische, Indische en Stille Oceaan.
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kans is een pelagische tocht in de zomer vanuit Ponta do Ouro of Shelly Beach, of een zeetrektelling na een oostelijke storm. Zoek naar een slanke stern met een zwarte kap en duidelijk lichtere, grijsbruine rug, vaak zittend op een drijvend voorwerp.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. Plaatselijk worden kolonies aangetast door ingevoerde predatoren, verstoring en het rapen van eieren, en vormen olievervuiling en overbevissing een risico.
Wetenschappelijke naam
Onychoprion anaethetus | (Scopoli, 1786)
Scopoli beschreef de soort in 1786 als Sterna Anaethetus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychoprion werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Onychoprion komt van het Griekse onyx 'nagel, klauw' en prion 'zaag'. anaethetus gaat terug op het Griekse anaisthētos en betekent 'gevoelloos, onnozel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Panay op de Filipijnen.

