Alle soorten › Stormvogelachtigen › Zuidelijke stormvogeltjes › Bont stormvogeltje

Bont stormvogeltje | Pelagodroma marina

White-Faced Storm Petrel | Paíño Pechialbo

Het bont stormvogeltje is een grijs-wit stormvogeltje met een wit gezicht en een donker oogmasker, dat met lange, bungelende poten als een kangoeroe over het water huppelt. De populatie van Tristan da Cunha en Gough is de bron van de zeldzame vogels die in de wateren voor zuidelijk Afrika opduiken.

Bont stormvogeltje (Pelagodroma marina)
Foto: JJ Harrison — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgzaam. In de broedkolonie 's nachts een klagend, herhaald oe-oe-oe uit de holen.

Luister: ZangXC565412

Opname: Rinse van der Vliet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 20 cm. Kruin en achterhals zijn grijsbruin, het gezicht is wit met een brede, donkere oogstreep en een witte wenkbrauwstreep. De rug is grijsbruin, de stuit bleekgrijs en de staart zwartachtig. De onderzijde is wit, met grijze vlekken aan de borstzijden. De bovenvleugel is donker met een lichtere band over de dekveren, de ondervleugel grotendeels donker met witachtige dekveren. De poten zijn lang en steken ver voorbij de staart uit; de zwemvliezen zijn geel. De seksen zijn gelijk. De vlucht is fladderend en slingerend, met een kenmerkend heen-en-weer zwaaien waarbij de vogel met beide poten tegelijk van het water afzet.

Verwarrings­soorten

Het witbuikstormvogeltje (Fregetta grallaria) heeft een geheel zwartbruine kop zonder wit gezicht, een witte stuit en een ondervleugel met een wit middenveld. Het grijsrugstormvogeltje (Garrodia nereis) is kleiner, met een zwarte kop en borst en een grijze stuit. Van ver kan de soort aan een kleine stern of een rosse franjepoot (Phalaropus fulicarius) doen denken, maar de fladderende, huppelende vlucht is uniek.

Leefgebied

Open oceaan, vooral subtropische wateren boven en buiten de plathelling. Foerageert op kleine kreeftachtigen en vislarven aan het oppervlak en volgt zelden schepen. Broedt in holen op lage, begroeide eilanden zonder predatoren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Een zeldzame gast in de wateren van het gebied, meestal ver uit de kust voor de westkust van Zuid-Afrika en voor Namibië, bij uitzondering voor de zuid- en oostkust. Broedt in de Atlantische Oceaan op de Kaapverdische Eilanden, de Wilde Eilanden, de Canarische Eilanden, Tristan da Cunha en Gough, en verder rond Australië en Nieuw-Zeeland.

Hoe en wanneer kijken

Alleen te verwachten op tochten ver voorbij de rand van het plat. Het huppelen over het water, met beide poten tegelijk en de vleugels gespreid, valt al van grote afstand op; het witte gezicht met het donkere masker bevestigt de determinatie. Meld een waarneming met foto's bij de nationale zeldzaamhedencommissie.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op wereldschaal; de populatie telt meer dan een miljoen paren. Ingevoerde ratten, muizen en katten hebben kolonies op verschillende eilanden weggevaagd, en op Gough zijn huismuizen een bedreiging. Verlichting van schepen en kustplaatsen trekt 's nachts uitvliegende jongen aan.

Wetenschappelijke naam

Pelagodroma marina | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Procellaria marina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pelagodroma werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Pelagodroma komt van het Griekse pelagodromos, 'over zee vliegend, over zee lopend', van pelagos 'zee' en -dromos 'loper', naar het trippelen over het water. marina is Latijn voor 'van de zee'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit voor de monding van de Río de la Plata.