Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Boerenzwaluw
Boerenzwaluw | Hirundo rustica
Barn Swallow | Golondrina Común
De boerenzwaluw is de talrijkste Palearctische trekvogel van zuidelijk Afrika: miljoenen vogels uit Europa en West-Azië overwinteren van oktober tot april in het gebied. In deze periode zijn veel vogels in de rui, zodat lange staartspiesen niet altijd te zien zijn en de soort in allerlei tussenkleden verschijnt.
Geluid
Het meest gehoord is de roep, een helder vit of vit-vit, en in de slaapplaatsen een aanhoudend gekwetter van duizenden vogels. De zang, een snel kwetterend gebabbel eindigend in een droge ratel, klinkt in Afrika vooral in februari en maart, voor de trek naar het noorden. Alarmroep een scherp sifflitt.
Opname: João Ferreira Tomás — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
15–18 cm, waarvan de lange buitenste staartpennen bij volwassen mannetjes tot 7 cm voorbij de rest van de staart reiken; bij vrouwtjes en jonge vogels zijn ze korter. De bovendelen zijn glanzend donkerblauw, het voorhoofd en de keel roodbruin, gescheiden van de onderdelen door een blauwzwarte borstband. De onderdelen variëren van wit tot warm roomkleurig. De staart toont een rij witte vlekken. Jonge vogels, die in de zuidelijke zomer het grootste deel uitmaken, zijn doffer: voorhoofd en keel bleek oker tot vaal oranje, de band bruinig en de staart kort gevorkt zonder lange spiesen. Door de rui van januari tot maart zien veel volwassen vogels er rafelig uit. Vliegt snel en wendbaar, laag over grasland en water.
Verwarringssoorten
De witkeelzwaluw Hirundo albigularis heeft een zuiver witte keel en een bredere, volledige zwarte borstband. De Angolese zwaluw Hirundo angolensis heeft een roodbruine keel die verder op de borst doorloopt, een smalle, onderbroken band en grijsbruine onderdelen. De roodkruinzwaluw Hirundo smithii heeft een roodbruine kruin, geheel witte onderdelen zonder band en draadvormige staartpennen. De parelborstzwaluw Hirundo dimidiata mist rood op kop en keel. Jonge boerenzwaluwen met korte staart kunnen op afstand op de huiszwaluw Delichon urbicum lijken, maar die heeft een witte stuit.
Leefgebied
Vrijwel elk open landschap: grasland, cultuurland, weilanden, savanne, vleien en de oevers van dammen en meren, ook boven dorpen en steden. Jaagt laag op vliegende insecten, vaak achter vee of boven water. Overnacht in groepen van duizenden tot miljoenen vogels in rietvelden en soms in suikerriet of bomen. Een klein aantal broedt in Zuid-Afrika in een open modderen nest onder overkappingen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In de zuidelijke zomer in het hele gebied, van Angola, Zambia en Malawi tot de Kaap, het talrijkst in de vochtiger oostelijke helft en schaarser in de Namib en de droogste delen van de Kalahari en de Karoo. Een klein aantal overwintert in de zuidelijke winter; sinds de jaren tachtig broeden enkele paren in het Oost- en West-Kaapland. Broedt verder over vrijwel het hele noordelijk halfrond; de Europese populaties overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Van oktober tot april vrijwel overal; de grootste concentraties ontstaan in de avond bij rietvelden, zoals de slaapplaats bij Mount Moreland ten noorden van Durban, waar in februari en maart tot enkele miljoenen vogels invallen. In maart en april trekken grote groepen noordwaarts en rusten dan op draden. Neem de tijd voor jonge vogels en ruiende volwassen vogels zonder spiesen: de donkere borstband en het roodbruin op keel en voorhoofd blijven de beste kenmerken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, wereldwijd met een zeer grote populatie. In Europa zijn de aantallen afgenomen door het verdwijnen van open stallen en de achteruitgang van insecten in het boerenland. In zuidelijk Afrika zijn de gemeenschappelijke slaapplaatsen in rietvelden kwetsbaar voor drooglegging, bebouwing en verstoring.
Wetenschappelijke naam
Hirundo rustica | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Hirundo voerde hij in datzelfde werk in. Hirundo is het gewone Latijnse woord voor 'zwaluw'. rustica is Latijn voor 'van het platteland', naar de boerderijen en schuren waar de vogel nestelt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


