Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Bergkanarie

Bergkanarie | Crithagra burtoni

Thick-Billed Seedeater | Serín de Burton

De bergkanarie is een grote, donkere en zeer zwaar gesnavelde zaadeter van montane bosranden. In het gebied komt hij alleen voor in de hooglanden van west-centraal Angola, als geïsoleerde buitenpost van een verspreiding die verder in Kameroen en Oost-Afrika ligt.

Bergkanarie (Crithagra burtoni)
Foto: Pavel Shukov — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Meestal stil. De roep is een zacht, helder wiep of tsweet; de zang is een korte, trage reeks rijke fluittonen met enkele schorre noten.

Luister: RoepXC973663

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm. Donker olijfbruin van boven met vage donkere streping; de onderdelen zijn bruin met donkere streping op borst en flanken, lichter op de buik. De snavel is zeer zwaar en hoog, donker hoornkleurig met een lichtere ondersnavel. Afhankelijk van de ondersoort zijn er een kleine witte vlek op het voorhoofd en een witte kin; de vleugels tonen twee smalle bleke vleugelstrepen. De seksen zijn gelijk. Zit vaak lang stil in de schaduw van het struikgewas.

Verwarrings­soorten

De zwavelkanarie (Crithagra sulphurata) heeft ook een zware snavel, maar is geel en olijfgroen. De streepkopkanarie (Crithagra gularis) is kleiner en bleker, met een brede witte wenkbrauw, een fijnere snavel en een ongestreepte borst, en leeft in open bosveld. In montaan bos in Angola is een donkere, gestreepte kanarie met zo'n zware snavel vrijwel zeker deze soort.

Leefgebied

Randen en open plekken van afromontaan bos, dicht struikgewas in ravijnen, secundair bos en tuinen en akkers direct bij bos. Eet zaden, vruchten, knoppen en bloemen, meestal op middelhoogte in struiken en bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in de centrale hooglanden van Angola: de bosfragmenten van Huambo, met onder meer de Moco, en de escarpment van Cuanza Sul. Daarbuiten van Nigeria en Kameroen via het oosten van Congo-Kinshasa, Rwanda, Burundi en Oeganda tot Kenia en het noorden van Tanzania.

Hoe en wanneer kijken

De bosfragmenten rond de Moco zijn de beste plek; daar leven ook vele andere montane specialiteiten van Angola. Luister naar het zachte wiep uit dicht struikgewas en wacht tot de vogel naar een vruchtdragende struik komt. Het zware silhouet van de snavel is dan beslissend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd over het hele areaal. In Angola is de geïsoleerde populatie klein en kwetsbaar door de snelle kap en verbranding van de laatste montane bosfragmenten.

Wetenschappelijke naam

Crithagra burtoni | (Gray, 1862)

Gray beschreef de soort in 1862 als Strobilophaga burtoni; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Crithagra werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Crithagra komt van het Griekse krithē, 'gerst', en agra, 'jacht' — een 'gerstjager', naar het zaadetende dieet van deze kanaries en zaadeters. burtoni eert de Britse ontdekkingsreiziger Richard Francis Burton (1821–1890), die als consul in West-Afrika in 1862 de Kameroenberg beklom. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kameroenberg, Kameroen.