Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Angolese drongovliegenvanger

Angolese drongovliegenvanger | Melaenornis brunneus

Angola Slaty Flycatcher | Papamoscas Angoleño

De Angolese drongovliegenvanger is een bruine vliegenvanger die alleen in de hooglanden en langs de escarpment van Angola voorkomt. Hij is een van de endemen waarvoor vogelaars naar west-centraal Angola reizen, maar blijft een weinig bestudeerde soort.

Angolese drongovliegenvanger (Melaenornis brunneus)
Foto: Niall Perrins — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Weinig bekend. Hoge, ijle siet-roepjes en een zachte, korte zang van hoge fluitjes en krassende tonen.

Luister: RoepXC699987

Opname: Ken Behrens — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm, een vrij grote, rechtop zittende vliegenvanger. De bovendelen zijn donker aardebruin, de keel en borst eveneens effen bruin, scherp afgezet tegen een witte buik. Er is een onopvallende lichte oogring en een lichtere teugel. Snavel en poten zijn zwart. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn licht gevlekt boven en geschubd op de borst. Zit stil op een lage tak aan een bosrand en duikt naar de grond of vangt insecten in de lucht.

Verwarrings­soorten

De Kaapse vliegenvanger (Muscicapa adusta) is kleiner, grijzer bruin, met vage streping op de borst en zonder scherpe grens tussen bruine borst en witte buik. De vale vliegenvanger (Agricola pallidus) is ongeveer even groot, maar veel lichter zandbruin, met een vuilwitte, geleidelijk lichtere onderzijde, en leeft in open bosveld. De geheel zwarte Kaapse drongovliegenvanger (Melaenornis pammelaina) komt in dezelfde streken voor, maar mist de witte buik.

Leefgebied

Bosranden en open plekken in afromontaan bos, galerijbos en bosrijke kloven langs de escarpment, en aangrenzend dicht miombo met open ondergroei, ruwweg tussen 800 en 2200 m. Foerageert vanaf een lage uitkijkpost op insecten op de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor Angola en daarmee voor het gebied: langs de westelijke escarpment in Cuanza Sul (onder meer het bos van Kumbira en de omgeving van Gabela) en op het centrale hoogland in Huambo en Bié, waaronder de bosrestanten op de Mount Moco. De soort komt nergens anders voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek hem langs bosranden bij Kumbira en in de kloven met bosrestanten op de Mount Moco, samen met andere Angolese endemen. Let op een donkerbruine vliegenvanger met een bruine borstband en witte buik die laag en stil aan de bosrand zit.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar het versnipperde leefgebied staat onder druk door houtkap, landbouw en branden in de Angolese hooglanden en langs de escarpment. Veel van de resterende bosfragmenten zijn niet beschermd.

Wetenschappelijke naam

Melaenornis brunneus | (Cabanis, 1886) (GBIF: Dioptrornis brunneus)

Cabanis beschreef de soort in 1886 als Dioptrornis brunnea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melaenornis werd in 1840 ingevoerd door Gray. Melaenornis combineert het Griekse melas, vrouwelijk melaina, 'zwart', met ornis, 'vogel' — naar het geheel zwarte verenkleed van de typesoort. brunneus is nieuwlatijn voor 'bruin' — naar het bruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pungo Andongo, Malanje, Angola.