Alle soorten › Zangvogels › Buulbuuls › Alexanders buulbuul

Alexanders buulbuul | Eurillas curvirostris

Plain Greenbul | Bulbul Piquicurvo

Alexanders buulbuul is een effen olijfbruine buulbuul van de ondergroei en middelste etage van laaglandbos in West- en Centraal-Afrika. In het gebied is hij alleen bekend uit het noorden van Angola. Door zijn eenvoudige verenkleed is hij in het veld vooral op de zang te herkennen, een weemoedige, gefloten frase.

Alexanders buulbuul (Eurillas curvirostris)
Foto: Tommy Andriollo — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, weemoedige frase van gefloten, glijdende tonen, tjuk ... wiiee-oe-oe, vaak ingeleid door een paar droge tjuk-noten. Verder een zacht, nasaal njèh als contactroep.

Luister: ZangXC792178

Opname: Alain Verneau — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm. Een slanke, onopvallende buulbuul. De bovenzijde is olijfbruin, de kruin iets grijzer. De keel is lichtgrijs, borst en flanken zijn grijsolijf, de buik is lichter met een gele waas, de onderstaartdekveren zijn geelbruin. Een smalle lichte oogring. De snavel is donker, vrij lang en licht gebogen, de poten zijn bruingrijs. Mannetjes zijn iets groter en hebben een langere snavel dan vrouwtjes. Jonge vogels zijn bruiner.

Verwarrings­soorten

De groene buulbuul Eurillas virens is groener en compacter, met een kortere snavel, en heeft een krassende, aanzwellende zang. De geelbaardbuulbuul Eurillas latirostris is donkerder, met gele mondhoekveertjes (behalve jonge vogels). De dwergbuulbuul Eurillas gracilis is kleiner, met een grijzere kop, een duidelijker oogring en een gelere buik, en zit hoger in het bladerdak.

Leefgebied

Ondergroei en middelste etage van vochtig laaglandbos, bosranden, oeverbos en ouder secundair bos. Leeft solitair of in paren, sluit zich vaak aan bij gemengde foerageergroepen en eet insecten en kleine vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noorden van Angola: vooral in Cuanza Norte en Uíge, verder schaars in Bengo, Malanje, Cabinda en Lunda Norte. Daarbuiten van Guinee oostwaarts door de West-Afrikaanse bosgordel tot Oeganda en het westen van Kenia en zuidwaarts tot de DR Congo.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Zoek hem in de bossen van Uíge en Cuanza Norte en leer de weemoedige gefloten zang: zonder die is hij tussen de andere effen buulbuulen nauwelijks te herkennen. Let op de licht gebogen, vrij lange snavel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; in het grootste deel van het areaal algemeen. In Angola weinig waargenomen en beperkt tot de bossen in het noorden, die door kap en landbouw worden versnipperd.

Wetenschappelijke naam

Eurillas curvirostris | (Cassin, 1859)

Cassin beschreef de soort in 1859 als Andropadus curvirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eurillas werd in 1899 ingevoerd door Oberholser. Eurillas komt van het Griekse eurus, 'breed', en illas, 'lijster' — vermoedelijk naar de vrij brede snavel van enkele soorten. curvirostris komt van het Latijnse curvus, 'gebogen', en rostrum, 'snavel' — naar de licht gebogen snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cammarivier, Gabon.