Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Afrikaanse zeearend
Afrikaanse zeearend | Icthyophaga vocifer
African Fish Eagle | Pigargo Vocinglero
De Afrikaanse zeearend is met zijn witte kop en borst, kastanjebruine buik en luide, galmende roep het beeld en geluid van het Afrikaanse water. Hij is de nationale vogel van Zambia, Zimbabwe, Namibië en Zuid-Soedan en staat op het wapen van meerdere landen. Paren houden het hele jaar een vast territorium langs een stuk rivier- of meeroever.
Geluid
De bekendste vogelroep van Afrika: een luid, galmend wiiijo, kjo-kjo-kjo, waarbij de kop ver naar achteren in de nek wordt geworpen, zowel zittend als vliegend. De paarleden roepen vaak in duet; het vrouwtje heeft een lagere stem. Roept vooral vroeg in de ochtend.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
63–75 cm, spanwijdte 190–240 cm. Een grote, zwaargebouwde arend met brede, afgeronde vleugels en een korte, witte staart. Volwassen vogels hebben een helderwitte kop, nek, borst en staart, een kastanjebruine buik en ondervleugeldekveren, en zwarte slagpennen en rug. Het gezicht en de poten zijn geel, de snavel zwart met een gele washuid. Het vrouwtje is merkbaar groter dan het mannetje en heeft meer wit op de borst. Jonge vogels zijn rommelig bruin en wit gevlekt, met een donkere borstband, een witte staart met donkere eindband en veel wit in de ondervleugel; het volwassen kleed is na vier tot vijf jaar bereikt.
Verwarringssoorten
Volwassen vogels zijn onmiskenbaar. De palmgier Gypohierax angolensis is wit met zwarte armpennen en schouders, witte handpennen met zwarte toppen, een wit (niet kastanjebruin) onderlichaam en heeft een naakt rood gezicht. Jonge zeearenden kunnen verward worden met jonge palmgieren of met de visarend Pandion haliaetus, die slanker is, gebogen vleugels met een donkere carpaalvlek heeft en een donkere oogstreep op een witte kop.
Leefgebied
Grote rivieren, meren, stuwmeren, dammen, overstroomde vlakten, lagunes, estuaria en mangroven; overal waar open water met voldoende vis en hoge zitbomen aanwezig is. Vangt vis tot ongeveer 3 kg door vanuit een uitkijkpost in een ondiepe duik de prooi aan het wateroppervlak te grijpen. Eet ook watervogels, flamingo's en jongen van reigers, en rooft vis van andere vogels. Nestelt in een groot takkennest in een hoge boom bij het water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Wijdverspreid over het hele gebied langs grote rivieren en meren: talrijk in de Okavangodelta en langs de Chobe en Zambezi, rond het Karibameer en het Malawimeer, langs de Kafue en Luangwa, in Mozambique en het oosten van Zuid-Afrika, en in Angola; plaatselijk ook bij dammen in het binnenland van Zuid-Afrika tot aan de Kaap. Afwezig in de droge westelijke Karoo en de Namib, behalve bij rivieren en kustlagunes. Verder in vrijwel heel Afrika ten zuiden van de Sahara.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Meestal gevonden door de roep: luister bij zonsopkomst langs een rivier en volg het galmende geluid naar een hoge dode boom aan de oever. Boottochten op de Chobe, de Zambezi boven de Victoriawatervallen of het Karibameer geven de beste kans om een vangst van dichtbij te zien, soms na het werpen van een vis door de gids.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd op de Rode Lijst en in veel gebieden algemeen. Lokaal gevoelig voor vervuiling van water met zware metalen en bestrijdingsmiddelen, vergiftiging via lokaas, verstoring van nestbomen en achteruitgang van visstanden; de aanleg van stuwmeren heeft de soort elders juist nieuw leefgebied gegeven.
Wetenschappelijke naam
Icthyophaga vocifer | (Daudin, 1800) (GBIF: Haliaeetus vocifer)
Daudin beschreef de soort in 1800 als Falco vocifer; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icthyophaga werd in 1843 ingevoerd door Lesson. Icthyophaga komt van het Griekse ikhthys, 'vis', en -phagos, 'etend' — 'viseter'; de spelling zonder h gaat terug op de oorspronkelijke beschrijving. vocifer is Latijn voor 'luidruchtig, met luide stem' — naar de beroemde, ver dragende roep van de Afrikaanse zeearend. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Keurboomsrivier, Kaapprovincie.

