Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Yelkouanpijlstormvogel
Yelkouanpijlstormvogel | Puffinus yelkouan
Yelkouan Shearwater | Pardela mediterránea
De kleine pijlstormvogel van de Middellandse Zee, die in rijen laag over het water scheert, vaak op weinig afstand van de kust. In het gidsgebied broedt de oostelijke vorm op de eilandjes voor Tunesië en Algerije en zwerft hij langs de kusten tot Israël en Libanon; de westelijke vorm, de vale pijlstormvogel van de Balearen, trekt na het broeden langs de Straat van Gibraltar en de Atlantische kust van Marokko.
Geluid
Op zee zwijgzaam. Bij de kolonie 's nachts een schor, snurkend en jankend gekrijs met een hoorbaar in- en uitademend ritme, uit rotsspleten en grotten aan de kust; in Tunesië te horen op Zembra en Zembretta van februari tot juni.
Opname: Mathis Baudrin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Een middelgrote, gedrongen pijlstormvogel met een dikke buik, tamelijk brede vleugels en vaak iets uitstekende poten. Van boven dof donker grijsbruin, niet zwart. De vlucht heeft meer en snellere slagen en kortere glijfases dan bij de noordse pijlstormvogel en blijft meestal laag. Oostelijke vogels (de broedvogels van Tunesië en Algerije) zijn van onderen vrij schoon wit, met een tamelijk brede, wat diffuse donkere ondervleugelrand, donkere oksels en meestal een lichte onderstaart, waarbij de grens tussen donkere kop en witte keel onder het oog vaag is. Westelijke vogels (vale pijlstormvogels) zijn zwaarder en bruiner: buik en flanken vuil bruinwit met een bruine waas op borstzijden en flanken, een groezelige ondervleugel met brede donkere rand, donkere oksels en een bruine onderstaart; donkere exemplaren lijken bijna egaal bruin. Snavel dun en donker.
Verwarringssoorten
De noordse pijlstormvogel (Puffinus puffinus) is van boven zwart en van onderen helderwit, met een scherpe grens onder het oog, witte oksels, een witte onderstaart, slankere rechte vleugels en langere, soepele glijvluchten. Scopoli's pijlstormvogel (Calonectris diomedea) is veel groter, bruingrijs met een gele snavel en een loom zeilende vlucht. De grauwe pijlstormvogel (Ardenna grisea) is groter, geheel donker en heeft een zilveren ondervleugelbaan; een donkere vale pijlstormvogel lijkt erop, maar mist die contrastrijke baan en is kleiner. In de Rode Zee en Arabische wateren lijkt de Perzische pijlstormvogel (Puffinus persicus) erop, maar die heeft een donkere onderstaart, bredere donkere ondervleugelranden en een langere snavel.
Leefgebied
Kustwateren en open zee boven het continentaal plat, vaak dicht onder de kust en in baaien en zeestraten; groepen rusten op het water en foerageren op scholen kleine vis zoals ansjovis en sardines, soms achter vissersboten. Broedt in spleten, grotten en holen op rotsige eilandjes en kliffen, zonder vegetatie of onder lage maquis.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Tunesië: broedt op de eilanden Zembra en Zembretta in de Golf van Tunis; vogels foerageren in de Straat van Sicilië en langs de noord- en oostkust. Algerije: broedt in kleine aantallen op rotseilandjes voor de kust en is jaarrond voor de kust te zien. Libië: voor de kust waargenomen, broeden niet vastgesteld. Egypte, Israël, Libanon en Syrië: niet-broedende vogels voor de Middellandse Zeekust, vooral in de winter en het voorjaar, in Israël geregeld vanaf de kust te zien; bij Eilat in de Rode Zee een grote zeldzaamheid met slechts twee waarnemingen. Marokko: de westelijke vorm (vale pijlstormvogel) is een geregelde en vaak talrijke doortrekker in de Straat van Gibraltar en voor de Atlantische kust zuidwaarts tot Agadir, vooral van mei tot november, en is ook voor de westelijke Algerijnse kust te zien; de oostelijke vorm is aan de Atlantische kust uitzonderlijk, met een eerste zekere waarneming in de baai van Agadir in januari 2013. Daarbuiten broedt de oostelijke vorm van Zuid-Frankrijk, Sardinië, Italië en Malta via de Adriatische Zee en Griekenland tot Turkije, en trekt een groot deel na het broeden via de Bosporus naar de Zwarte Zee; de westelijke vorm broedt op de Balearen en zwerft na het broeden tot in de Golf van Biskaje, het Kanaal en de Noordzee.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De veerboten en de kapen in de Straat van Gibraltar en bij Tanger zijn van juni tot oktober de beste plekken voor vale pijlstormvogels, soms in groepen van honderden. Oostelijke vogels zie je het best vanaf de boot naar Zembra of vanaf Kaap Bon in Tunesië, en in de winter met zeetrek bij harde westenwind langs de Israëlische kust.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. De soort lijdt onder bijvangst in de beug- en kieuwnetvisserij, ratten en katten op de broedeilanden, verstoring en licht van kustbebouwing, en lokaal onder jacht en het rapen van eieren. De westelijke vorm van de Balearen, met slechts enkele duizenden broedparen, geldt als ernstig bedreigd en gaat snel achteruit. Op Zembra en Zembretta, die als nationaal park zijn beschermd, is rattenbestrijding uitgevoerd ten gunste van de pijlstormvogels.
Wetenschappelijke naam
Puffinus yelkouan | (Acerbi, 1827)
Acerbi beschreef de soort in 1827 als Procellaria Yelkouan; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. yelkouan is de Turkse naam voor deze pijlstormvogel, ongeveer 'windjager'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Bosporus in Turkije.
