Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Woestijntapuit
Woestijntapuit | Oenanthe deserti
Desert Wheatear | Collalba desértica
De woestijntapuit is de tapuit van zand en vlakke woestijn met lage struikjes, en een van de meest verbreide zangvogels van het gebied, van de Atlantische Sahara tot Oman. Hij zit graag op een struikje of steen, wipt met de staart en is in de winter overal in de Arabische woestijnen en langs de randen van akkers te vinden.
Geluid
De roep is een zacht, fluitend sie en een hard tsjak. De zang is een korte, melancholieke, dalende strofe van fluittonen met een rollend slot, tie-tie-tierrr, vaak in een korte zangvlucht of vanaf een struikje.
Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
14–15,5 cm. Bleek zandkleurig, met een zwarte staart en een witte stuit: de staart is bijna geheel zwart, zonder het zwart-witte T-patroon van andere tapuiten. Het mannetje heeft een zandbeige kruin en rug, een zwarte keel en wangen die met een smalle lijn met de zwarte vleugels verbonden zijn, witte schoudervlekken en een lichte wenkbrauwstreep. In de winter verbergen lichte veerzomen het zwart deels. Het vrouwtje is egaal zandbruin met donkerbruine vleugels met lichte zomen, een lichte keel of een vage donkere keelvlek, en dezelfde zwarte staart. De vormen verschillen in tint: homochroa in Noord-Afrika is warm roodachtig zandkleurig, deserti in het Midden-Oosten bleker en grijziger, en de wintergast atrogularis heeft meer wit in de vleugel.
Verwarringssoorten
De staart is het belangrijkste kenmerk: geen andere tapuit van het gebied heeft een vrijwel geheel zwarte staart met een witte stuit. De izabeltapuit (Oenanthe isabellina) en vrouwtjes van de tapuit (Oenanthe oenanthe) en van de westelijke blonde tapuit (Oenanthe hispanica) hebben een staart met witte zijkanten en een T-patroon. Het mannetje westelijke blonde tapuit met zwarte keel heeft een witte staart met een smalle zwarte eindband en mist de verbindende lijn tussen keel en vleugel. De zwartstaart (Oenanthe melanura) heeft een geheel zwarte staart én stuit en is grijzer.
Leefgebied
Zandige en grindachtige vlakten met verspreide lage struikjes, duinvalleien, halfwoestijn en de randen van steppe en alfavlakte, ook rond oases en akkerranden. Mijdt kale rots en hoge bergen. In de winter ook langs kusten, in braakland en op landbouwgrond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Broedt in Noord-Afrika ten zuiden van de Atlas en in de Sahara, van Zuid-Marokko en de Westelijke Sahara door Algerije, Zuid-Tunesië en Libië tot de Westelijke Woestijn van Egypte (vorm homochroa). Verder in de Sinaï, de Negev, Jordanië, de woestijnsteppe van Syrië en Irak, Koeweit en Noord-Saoedi-Arabië (deserti). In de winter talrijk op het hele Arabisch Schiereiland, met veel atrogularis uit Centraal-Azië in de Emiraten, Oman, Qatar, Bahrein en Oost-Saoedi-Arabië, en verder in Jemen en op Socotra; ook in de Nijlvallei en de Egyptische woestijnen. Daarbuiten broedt de soort van Centraal-Azië tot Mongolië en overwintert ze ook in de Sahel, Noordoost-Afrika en Noordwest-India.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Marokko is hij algemeen op de grindvlaktes en zandige pistes rond Merzouga en tussen Boumalne en Tagdilt. In de winter vind je hem in de Emiraten en Oman op vrijwel elk braakliggend stuk zandgrond, zelfs aan de rand van steden; let op de geheel zwarte staart wanneer hij wegvliegt.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in het gidsgebied wijd verbreid en plaatselijk algemeen. Overbegrazing en droogte kunnen plaatselijk de stand beïnvloeden, maar er zijn geen aanwijzingen voor een sterke achteruitgang.
Wetenschappelijke naam
Oenanthe deserti | (Temminck, 1825)
Temminck beschreef de soort in 1825 als Saxicola deserti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Oenanthe werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Oenanthe gebruikte Aristoteles voor een vogel die niet meer thuis te brengen is; het woord komt van het Griekse oinos, oinoē 'wijn, wijnstok' en anthos 'bloem, bloei'. deserti is Latijn voor 'van de woestijn', naar het dorre leefgebied. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.


