Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Woestijnleeuwerik

Woestijnleeuwerik | Ammomanes deserti

Desert Lark | Terrera sahariana

De woestijnleeuwerik is de leeuwerik van de rotsachtige woestijn: een effen, wat plompe vogel die precies de kleur van de ondergrond heeft. Op lichte kalksteen is hij bleek zandkleurig, op zwarte lavavelden bijna roetgrijs. Van de Atlas tot Oman is hij in heuvels, wadi's en op berghellingen vaak de algemeenste vogel.

Woestijnleeuwerik (Ammomanes deserti)
Foto: Sultanjenin2018 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een melodieuze, wat weemoedige reeks lage fluittonen en trillers, tjuu-tjuu-tjierrr, vanaf een rots of in een golvende zangvlucht, vaak al ver voor zonsopgang. De roep is een zacht, gerekt tjirr of een dubbel tsjie-wie.

Luister: VluchtroepXC1184996

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm, stevig, met een vrij grote kop en een flinke, licht gebogen kegelvormige snavel met een gele of roze basis. Het verenkleed is ongestreept of met hooguit vage strepen op de borst; de kleur loopt per populatie uiteen van bleek zand en rossig tot grijs en donker leigrijs, steeds passend bij de gesteenten waarop de vogel leeft. De staart is bruin met een geleidelijk donkerder eind, zonder scherpe band; de handpennen zijn rossig. Seksen gelijk. Jonge vogels hebben lichte randjes aan de veren van de bovendelen.

Verwarrings­soorten

De rosse woestijnleeuwerik (Ammomanes cinctura) is kleiner, met een kortere snavel en een scherp afgegrensde zwarte staartband, en leeft op vlakke grind- en zandvlakten. Het vrouwtje van de diksnavelleeuwerik (Ramphocoris clotbey) heeft een veel dikkere snavel en een witte achterrand aan de vleugel. De kuifleeuwerik (Galerida cristata) en de theklaleeuwerik (Galerida theklae) hebben een kuif en gestreepte borst.

Leefgebied

Kale heuvels en berghellingen met stenen en rotsblokken, wadi's en droge rivierdalen, kloven, puinwaaiers aan de voet van gebergten en stenige hamada, van zeeniveau tot boven 2000 m. Ook rond verlaten gebouwen, ruïnes en dorpen aan de woestijnrand. Komt zelden op vlakke zandvlakten of in duinen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Een van de meest verbreide woestijnvogels van de gids: Marokko ten zuiden van de Hoge Atlas en de West-Sahara, de Algerijnse en Tunesische Sahara met de Hoggar en de Tassili, Libië, Egypte inclusief de oostelijke woestijn en de Sinaï, de Negev, Arava en Dode Zee, Jordanië, de Syrische woestijn, West- en Zuid-Irak, het hele Arabisch Schiereiland van Saoedi-Arabië tot de bergen van Jemen, Oman (Hajar en Dhofar) en de Emiraten. Ontbreekt op Socotra. Daarbuiten in de Sahel, Soedan en de Hoorn van Afrika, en oostwaarts tot Iran, Afghanistan en Pakistan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel elke stenige wadi in het gebied is goed: in Marokko de kloven van de Todra en Dadès, in Israël en Jordanië de hellingen rond de Dode Zee, Eilat en Petra, in de Emiraten Jebel Hafeet, in Oman de wadi's van de Hajar. Hij is vaak tam en loopt rond picknickplaatsen. Let op het verschil in kleur tussen vogels van verschillende ondergronden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverspreid en meestal algemeen; het rotsachtige leefgebied wordt weinig door de mens gebruikt. Plaatselijk gaat leefgebied verloren door steengroeven en wegenbouw.

Wetenschappelijke naam

Ammomanes deserti | (Lichtenstein, 1823)

Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Alauda deserti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ammomanes werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Ammomanes is Grieks, van ammos 'zand' en -manēs 'verzot op', bij mania: de zandminnaar. deserti is de tweede naamval van het Latijnse desertum 'woestijn, verlaten land', bij deserere 'verlaten'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Boven-Egypte.