Alle soorten › Stormvogelachtigen › Zuidelijke stormvogeltjes › Wilsons stormvogeltje

Wilsons stormvogeltje | Oceanites oceanicus

Wilson's Storm-Petrel | Paíño de Wilson

Een van de talrijkste zeevogels ter wereld, die broedt op Antarctica en de subantarctische eilanden en tijdens de zuidelijke winter massaal naar het noorden trekt. In de noordelijke zomer zijn de wateren van de Arabische Zee voor Oman en Jemen een van zijn belangrijkste foerageergebieden: dan dansen er soms duizenden boven het opwellende, voedselrijke water.

Wilsons stormvogeltje (Oceanites oceanicus)
Foto: JJ Harrison — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee vrijwel zwijgend; soms een zacht gekwetter bij het foerageren in groepen.

Luister: AlarmroepXC882200

Opname: Fabrice Schmitt — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Klein, zwartbruin stormvogeltje met een grote, helderwitte stuit die ver doorloopt op de onderstaartdekveren en de zijkanten. De vleugels zijn vrij kort en breed met een rechte achterrand en een lichtere, grijsbruine baan over de bovenvleugel. De staart is recht afgesneden. De lange poten steken in vlucht duidelijk achter de staart uit; van dichtbij zijn de gele zwemvliezen te zien. Vliegt met korte glijvluchten en vlinderende slagen, en foerageert typisch fladderend met hangende poten, terwijl het met de voeten over het water "loopt".

Verwarrings­soorten

Het stormvogeltje (Hydrobates pelagicus) is kleiner en donkerder, met een witte streep over de ondervleugel en poten die niet achter de staart uitsteken. Het vaal stormvogeltje (Hydrobates leucorhous) heeft langere, spitsere vleugels met een knik, een gevorkte staart, een door een grijze lijn gedeelde stuit en een springerige, sternachtige vlucht. Het madeirastormvogeltje (Hydrobates castro) is groter, met langere vleugels, een smallere witte stuitband en kortere poten. Het Chinees stormvogeltje (Hydrobates monorhis) van de Arabische Zee mist de witte stuit geheel.

Leefgebied

Open zee, zowel boven het continentaal plat als ver uit de kust, vooral waar opwelling van koud, voedselrijk water voor veel plankton zorgt. Volgt graag schepen en vissersboten en komt af op viswater en olieachtig afval.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Oman: talrijke niet-broedende gast van april tot oktober in de Arabische Zee, vooral voor Dhofar, rond Masirah en bij Ras al Hadd, ook in de Golf van Oman; tijdens de zomermoesson soms duizenden vogels. Jemen: algemeen in de Golf van Aden, rond Socotra en in de zuidelijke Rode Zee. Verenigde Arabische Emiraten: geregeld in de Golf van Oman voor Fujairah en Kalba, in de Perzische Golf zelf zeldzaam. Saoedi-Arabië en Egypte: in kleinere aantallen in de Rode Zee, naar het noorden toe schaarser; in de Golf van Akaba bij Eilat een dwaalgast. Marokko: doortrekker en zomergast ver uit de Atlantische kust, van de Straat van Gibraltar tot voor de Westelijke Sahara, het meest in juli – oktober. In de Middellandse Zee voor Tunesië en Algerije schaars. Daarbuiten broedt het op Antarctica, de Zuid-Shetlandeilanden, Zuid-Georgië, de Kerguelen en andere subantarctische eilanden, en trekt in de zuidelijke winter naar de noordelijke Atlantische, Indische en Stille Oceaan.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een pelagische tocht vanuit Mirbat of Salalah tijdens of vlak na de zomermoesson, of een tocht vanuit Mascate of Fujairah in de Golf van Oman, geeft vrijwel zeker waarnemingen. Ook vanaf de kust van Dhofar en Ras al Hadd zijn ze met een telescoop te zien. Voor Marokko zijn pelagische tochten vanuit Dakhla in de late zomer de beste kans.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en met vele miljoenen paren een van de talrijkste vogels ter wereld. Bedreigd door ingevoerde ratten en katten op enkele broedeilanden, olievervuiling en het inslikken van plastic; mogelijk ook door de achteruitgang van krill in de Zuidelijke Oceaan. In het gidsgebied zijn geen specifieke bedreigingen bekend.

Wetenschappelijke naam

Oceanites oceanicus | (Kuhl, 1820)

Kuhl beschreef de soort in 1820 als Procellaria oceanica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Oceanites werd in 1840 ingevoerd door Keyserling & Blasius. Oceanites is Grieks, Ōkeanitēs: een Oceanide, een van de zeenimfen die als dochters van Okeanos en Tethys golden. oceanicus is Latijn voor 'van de oceaan', naar het leven op volle zee. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zuid-Georgië.