Alle soorten › Zangvogels › Gorzen › Stewarts gors

Stewarts gors | Emberiza stewarti

White-Capped Bunting | Escribano de Stewart

Een kleine gors van de droge berghellingen van Centraal-Azië, die in Noordwest-India en Pakistan overwintert. In het gidsgebied is hij een uiterst zeldzame dwaalgast, tot nu toe alleen in de Verenigde Arabische Emiraten vastgesteld.

Stewarts gors (Emberiza stewarti)
Foto: Лариса Артемьева — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roep: een kort, scherp tit of tsik, in groepjes herhaald. De zang, op de broedplaats, is een korte reeks snelle, hoge tonen die op de zang van de grijze gors lijkt; van dwaalgasten is hij niet te verwachten.

Luister: ZangXC19901

Opname: David Farrow — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Kleine, slanke gors met een vrij lange staart met witte buitenste pennen en een kastanjebruine stuit. Het mannetje is onmiskenbaar: een grijswitte kruin en wangen, een zwarte oogstreep en een zwarte kin en keel, daaronder een witte band en een brede kastanjebruine borstband die doorloopt in roestbruine flanken; de mantel is kastanjebruin met donkere strepen, de buik vuilwit. Het vrouwtje is grijsbruin en gestreept op kop en mantel, met een lichte, nauwelijks gestreepte borst met een roestbruine waas, en eveneens een kastanjebruine stuit.

Verwarrings­soorten

De grijze gors (Emberiza cia) heeft bij het mannetje een grijze kop met zware zwarte strepen en een egaal oranjebruine onderzijde zonder borstband; vrouwtjes grijze gors zijn warmer bruin op de buik. Het mannetje witkopgors (Emberiza leucocephalos) heeft een witte kruin met zwarte zijrand, maar een kastanjebruine keel en wenkbrauwstreep en een witte wangvlek. De steppegors (Emberiza buchanani) heeft een blauwgrijze kop met een witte oogring en een gele keel, en mist de kastanjebruine borstband. Vrouwtjes zijn lastig: let op de kleine bouw, de kastanjebruine stuit en de roestbruin aangezette, weinig gestreepte borst.

Leefgebied

Broedt op droge, open berghellingen met gras, rotsen en verspreide struiken, tot ruim 3000 m. In de winter op stenige heuvels met struikgewas, droge graslanden en de randen van akkers. De dwaalgasten in de Emiraten werden gezien in een groen park in een wadi aan de oostkust en op een privélandgoed aan de voet van de Jebel Hafeet.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Verenigde Arabische Emiraten: drie gevallen — een vogel bij de Emirates Golf Club in Dubai in november 1992, een vogel bij Green Mubazzarah aan de voet van de Jebel Hafeet bij Al Ain in november 2016 en een vogel in Wadi Shees Park in het Hajargebergte bij Khor Fakkan op 22–23 oktober 2024. Uit Oman en de rest van het gebied zijn geen bevestigde waarnemingen bekend. Daarbuiten broedt hij in de bergen van Turkmenistan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië, Afghanistan en Noord-Pakistan, en overwintert hij op de lagere heuvels van Pakistan en Noordwest-India.

Hoe en wanneer kijken

Er is geen vaste plek: de drie gevallen vielen alle in oktober–november, in groene oases van parken en tuinen in het oosten van de Emiraten. Controleer daar in het najaar groepjes gorzen en piepers zorgvuldig, en let op een kleine gors met een kastanjebruine stuit en roestbruine borst.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In het gidsgebied een dwaalgast, met drie gevallen in de Verenigde Arabische Emiraten (1992, 2016 en 2024).

Wetenschappelijke naam

Emberiza stewarti | (Blyth, 1854)

Blyth beschreef de soort in 1854 als Euspiza stewarti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Emberiza werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Emberiza komt uit het Oudhoogduits, van Embritz, een naam voor een gors. stewarti eert iemand met de naam Stewart; om wie het precies gaat, is niet met zekerheid vast te stellen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Landour en Dehradun in India.