Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Socotragierzwaluw

Socotragierzwaluw | Apus berliozi

Forbes-Watson's Swift | Vencejo de Socotora

Een vale, bruine gierzwaluw van de kusten rond de Golf van Aden, die lang een raadsel was: de 'Dhofar-gierzwaluw' uit Oman en oude balgen uit Aden bleken pas in 2012 tot deze soort te behoren. Op Socotra is hij standvogel; aan de Arabische zuidkust is hij een zomergast die op kustkliffen broedt.

Socotragierzwaluw (Apus berliozi)
Foto: Christoph Moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Schelle, gierende kreten in de trant van de vale gierzwaluw, sriiieh, vaak in koor van groepen die langs de kliffen jagen. De verschillen met verwante soorten zijn nauwelijks beschreven.

Luister: VluchtroepXC951086

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot, iets kleiner dan de gierzwaluw, met vrij brede vleugels en een matig gevorkte staart. Het verenkleed is bruin met een licht geschubd effect op de onderdelen; opvallend zijn de grote, witte keelvlek, een lichter voorhoofd en een donker oogmasker. Van onderen lichten de binnenste handpennen en de armpennen wat op tegen de donkerder buitenvleugel. De vlucht is vrij traag en zwevend, als die van de vale gierzwaluw.

Verwarrings­soorten

De vale gierzwaluw (Apus pallidus) lijkt er sterk op en is in het veld vaak niet met zekerheid te onderscheiden; hij is bleker en zandbruiner, met een minder scherp afgetekende keelvlek, en komt in de zomer zelden aan de zuidkust van Arabië. De gierzwaluw (Apus apus), vooral de bleke oostelijke vorm pekinensis die op trek door Oman komt, is donkerder met een kleinere keelvlek en spitsere vleugels. De alpengierzwaluw (Tachymarptis melba) is veel groter met een witte buik.

Leefgebied

Kustkliffen, rotseilanden en steile bergwanden, op Socotra ook grotten en kalksteenplateaus tot in het binnenland. Jaagt boven kust, wadi's en lage bergen, vaak in groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Jemen: op Socotra standvogel (nominaatvorm berliozi), wijdverbreid boven kust en bergland; op het vasteland onregelmatig verspreid langs de zuidkust westwaarts tot Aden, waar in 1922 al balgen werden verzameld. Oman: plaatselijk vrij algemene zomergast in Dhofar, van april tot september en soms tot in oktober, met broedkolonies in de kustkliffen van het zuidwesten; de vogels jagen ook boven Salalah. Elders in het gidsgebied niet met zekerheid vastgesteld. Daarbuiten broedt hij aan de kust van Somalië en overwintert hij aan de kust van Zuidoost-Kenia; de Arabische vogels behoren vermoedelijk tot die trekkende vorm bensoni.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Socotra zie je hem bijna overal boven kliffen en wadi's. In Dhofar zijn de kustkliffen tussen Mughsail en de Jemenitische grens de beste plek; kom in de zomer, wanneer de moessonmist over de kust trekt, en vergelijk elke vogel zorgvuldig met de vale gierzwaluw.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar slecht bekend; het Arabische broedgebied is pas recent ontdekt en de populatieomvang is onbekend.

Wetenschappelijke naam

Apus berliozi | Ripley, 1966

Ripley beschreef de soort in 1966 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Apus werd in 1777 ingevoerd door Scopoli. Apus is Latijn voor 'gierzwaluw', van Grieks a- 'zonder' en pous 'voet': de ouden hielden de vogel voor een zwaluw zonder poten. berliozi eert de Franse ornitholoog Jacques Berlioz (1891–1975).