Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Slechtvalk
Slechtvalk | Falco peregrinus
Peregrine Falcon | Halcón peregrino
De slechtvalk is in Noord-Afrika en het Midden-Oosten vooral de valk van rotswanden, kloven en zeekliffen. Een groot deel van de broedvogels in het gebied behoort tot de kleine, bleke Barbarijse valk (F. p. pelegrinoides), die vroeger als aparte soort gold en nu als ondersoort van de slechtvalk wordt gezien; in de Maghreb broedt daarnaast de donkere mediterrane vorm brookei, en in de winter komen er noordelijke slechtvalken bij.
Geluid
Bij het nest een luid, schor en aanhoudend kèk-kèk-kèk; de Barbarijse valk klinkt hoger en scherper, rèk-rèk-rèk. Bij de prooioverdracht een klagend ie-tsjip. Buiten de broedtijd meestal stil.
Opname: Frantz Barrault — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
33–51 cm, spanwijdte 76–113 cm; het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje. Compacte, zwaargebouwde valk met brede borst, vrij korte staart en brede, puntige vleugels. De volwassen vogel is leigrijs tot blauwgrijs boven en wit tot roomkleurig onder met fijne dwarsbandering, met een brede zwarte baardstreep op een witte wang. De Barbarijse valk is kleiner en bleker blauwgrijs boven, heeft een roestbruine nek en achterkruin, een smallere baardstreep en een okerkleurig waas met spaarzame bandering op de onderdelen. De Noord-Afrikaanse brookei is donker leigrijs met een roze-okerkleurig waas onder en vaak een rossig nekje. Jonge vogels zijn bruin boven en hebben lengtestrepen in plaats van banden onder; bij jonge Barbarijse valken is die streping fijner en lichter.
Verwarringssoorten
De lannervalk (Falco biarmicus) is slanker en langer gestaart, met een roestbruine of roomkleurige kruin, een smalle baardstreep, gevlekte in plaats van gebandeerde onderdelen en een tragere, meer glijdende vlucht; vooral de Barbarijse valk met zijn rossige nek wordt met de lannervalk verward, maar heeft een donkere kruin en een compacter vliegbeeld. De sakervalk (Falco cherrug) is groter, bruiner en heeft een lichte kop zonder duidelijke baardstreep. De woestijnvalk (Falco concolor) en de Eleonora's valk (Falco eleonorae) zijn slanker, met langere vleugels en staart. De boomvalk (Falco subbuteo) is kleiner, met roestrode broek en zware lengtestrepen.
Leefgebied
Rotswanden, kloven en canyons in bergen en woestijn, zeekliffen en rotsige eilanden; de Barbarijse valk vooral in halfwoestijn en droge heuvels met steile wanden, ook langs de rotsen van het Nijldal. Broedt steeds vaker op hoge gebouwen, minaretten en hoogspanningsmasten. Jaagt boven open terrein op duiven, zandhoenders, steltlopers en trekvogels. Wintergasten jagen bij lagunes, getijdenvlakten, kustmoerassen en zoutpannen langs de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Perzische Golf.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
De mediterrane vorm brookei broedt in de Rif, de Middel- en Hoge Atlas en langs de kust van Marokko, in het noorden van Algerije en Tunesië. De Barbarijse valk broedt verspreid van de Anti-Atlas en West-Sahara door de Algerijnse Sahara (Hoggar, Tassili) en Libië naar Egypte, waar hij voorkomt in de Sinaï, de bergen van de Oostelijke Woestijn en langs het Nijldal; verder in Israël (Negev, Judese woestijn, Arava), Jordanië (onder meer Wadi Rum en Petra) en Syrië, en schaars in de bergen van Saoedi-Arabië. In Libanon en Qatar alleen als dwaalgast; voor Jemen, Oman en de Emiraten zijn de broedgegevens schaars. Noordelijke slechtvalken (calidus) trekken in het najaar door het hele gebied en overwinteren langs de kusten en in wetlands, van Marokko en de Nijldelta tot Irak en de Golfstaten. Daarbuiten bijna wereldwijd; de Barbarijse valk ook op de Canarische Eilanden en in de Sahel tot Soedan en Somalië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in Marokko in de kloven van de Anti-Atlas en de Hoge Atlas, in Israël bij de rotswanden langs de Dode Zee en in de Negev, in Jordanië in Wadi Rum. Een paar laat zich vaak zien op een vaste uitkijkpost aan de rand van de wand. In de winter loont een bezoek aan een kustlagune of zoutpan bij hoogwater, wanneer steltlopers plotseling opvliegen en samenballen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In de twintigste eeuw sterk afgenomen door DDT en andere bestrijdingsmiddelen, daarna in veel landen hersteld. In het gebied zijn het uithalen van nesten en het vangen van vogels voor de valkerij, vergiftiging en verstoring bij de broedwand de voornaamste bedreigingen; de Barbarijse valk is in grote delen van zijn areaal schaars en slecht onderzocht.
Wetenschappelijke naam
Falco peregrinus | Tunstall, 1771
Tunstall beschreef de soort in 1771 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. peregrinus is Latijn voor 'vreemdeling, van elders'; jonge vogels werden voor de valkerij op trek gevangen en niet uit het nest gehaald. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Northamptonshire in Engeland.


