Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Ruigpootbuizerd
Ruigpootbuizerd | Buteo lagopus
Rough-Legged Hawk | Busardo calzado
De ruigpootbuizerd is een buizerd van de toendra en de taiga met bevederde poten, die in de winter naar de steppen en akkers van Europa en Centraal-Azië trekt. Het gebied ligt ver ten zuiden van zijn normale winterkwartier: er zijn slechts enkele gevallen bekend.
Geluid
In de winter vrijwel altijd stil. Soms een langgerekt, klagend pieeee-joe, hoger en magerder dan de roep van de buizerd.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
49–59 cm, spanwijdte 120–150 cm. Slanker en langer van vleugel en staart dan een buizerd, met een bleke kop en borst. Doorslaggevend is de staart: helder wit aan de basis met een scherp afgetekende, brede donkere eindband, bij het adulte mannetje met enkele smallere banden erboven. Verder een donkere, vaak vrijwel zwarte buikvlek die scherp afsteekt tegen de lichte borst, en grote zwarte polsvlekken op een overwegend witte ondervleugel. De poten zijn tot de tenen bevederd. Bidt geregeld langdurig op één plek. De jonge vogel heeft een diffusere staartband, een egalere donkere buik en een lichte iris.
Verwarringssoorten
De buizerd (Buteo buteo) is compacter, met een fijn gebandeerde staart zonder scherp contrast tussen witte basis en eindband. De arendbuizerd (Buteo rufinus) is in het gebied de grootste valkuil: lichte vogels hebben ook een bleke kop, een donkere buik en zwarte polsvlekken, maar de staart is egaal licht oranjebruin tot wittig zonder brede donkere eindband. Ook bleke steppebuizerds kunnen een lichte staartbasis tonen; let op de scherpte van de eindband en de witte bovenstaartdekveren.
Leefgebied
In de winter open, vlak land: akkers, braakland, steppen en kwelders met veel muizen. In het gebied te verwachten in open akkerland en steppe, zoals in de noordelijke Negev.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Israël twee gevallen: in de winter van 1984/85 en een volwassen mannetje bij Urim in de noordwestelijke Negev van 30 november tot 2 december 2012. Elders in het gebied geen zekere gevallen bekend; de soort wordt in de Maghreb en Arabië soms gemeld, maar meestal betreft het lichte arendbuizerds of buizerds. Daarbuiten broedt hij rond de Noordpool in Scandinavië, Rusland, Alaska en Canada, en overwintert hij in Europa zuidelijk tot Frankrijk en de Balkan, in Centraal-Azië en in Noord-Amerika.
Hoe en wanneer kijken
Een kandidaat in het gebied moet goed gedocumenteerd worden, met foto's van boven- en onderkant van staart en vleugels: let op de witte staartbasis met scherpe eindband en de bevederde poten, en sluit een lichte arendbuizerd uit.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De aantallen schommelen met de muizenjaren in het noorden; zuidelijke uitschieters zijn in strenge winters iets talrijker.
Wetenschappelijke naam
Buteo lagopus | (Pontoppidan, 1763)
Pontoppidan beschreef de soort in 1763 als Falco Lagopus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. lagopus is Grieks, van lagōs 'haas' en pous 'voet': 'hazenpoot', naar de tot aan de tenen bevederde poten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Denemarken.

