Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Roodoogtortel
Roodoogtortel | Streptopelia semitorquata
Red-Eyed Dove | Tórtola ojirroja
De grootste en donkerste tortel met nekband van het gidsgebied, een Afrikaanse soort die in Arabië alleen in de beboste wadi's van het zuidwesten leeft. Meer gehoord dan gezien: zijn nadrukkelijke, ritmische roep is een vertrouwd geluid in de groene dalen van de Asir en Jemen.
Geluid
Een luid, nadrukkelijk ritmisch gekoer van zes tot acht tonen, koe-KOE, koe-koe-KOE-koe, met de klemtoon op de tweede en vijfde toon; in Afrika vaak weergegeven als 'I am a red-eyed dove'. Bij de landing een nasaal krrroe.
Opname: Richard White — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Grote, donkere duif met een egaal donkerbruine rug en vleugel, een diep wijnroze borst en een grijsroze kop met een bleek, grijswit voorhoofd. In de nek een smalle zwarte halve band. Donker oog met een opvallende kale, donkerrode oogring, die alleen van dichtbij zichtbaar is. De staart is van onderen zwart aan de basis met een bleekgrijze, niet witte, eindhelft. Juvenielen zijn doffer en missen de nekband.
Verwarringssoorten
De turkse tortel (Streptopelia decaocto) en de izabeltortel (Streptopelia roseogrisea) zijn kleiner en veel bleker, met een witte staarteindrand. De rouwtortel (Streptopelia lugens) heeft een zwarte halsvlek in plaats van een nekband en roestbruin geschubde vleugeldekveren. De palmtortel (Spilopelia senegalensis) is veel kleiner en heeft geen nekband.
Leefgebied
Beboste wadi's met vijgen, tamarinde en acacia, oeverbos langs permanente stroompjes, palmentuinen en boomgaarden in de voetheuvels en lagere dalen. Heeft hoge, dichte bomen en water nodig; foerageert op de grond in de schaduw.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in Zuidwest-Arabië: jaarvogel in de wadi's van de westelijke voetheuvels en dalen van Jemen en Zuidwest-Saoedi-Arabië, noordwaarts tot ongeveer de omgeving van Al Baha. Daarbuiten wijdverspreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal en Ethiopië tot Zuid-Afrika.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Volg in de ochtend een groene wadi in de Jemenitische of Saoedische voetheuvels en luister naar het ritmische gekoer. Een opvliegende vogel valt op door zijn grootte en de grijze, niet witte, staartrand.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In Arabië beperkt tot de bebossing van de wadi's, die gevoelig is voor waterwinning en kap; de soort is daar plaatselijk vrij algemeen.
Wetenschappelijke naam
Streptopelia semitorquata | (Rüppell, 1837)
Rüppell beschreef de soort in 1837 als Columba semitorquata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. semitorquata is Latijn voor 'met een halve halsband' — naar de zwarte band op de achterhals. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tarantagebergte, Ethiopië.


