Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Koereiger
Koereiger | Ardea ibis
Cattle Egret | Garcilla bueyera
De reiger van akkers en vee, die in Egypte en de Maghreb overal achter ploegen, koeien en grasmaaiers aan loopt. Hij is in de afgelopen decennia sterk toegenomen en breidt zich uit naar het Arabisch schiereiland, waar hij op geïrrigeerde landbouwgebieden en in stadsparken steeds talrijker wordt.
Geluid
Op de slaapplaats en in de kolonie een rauw, kwakend rik-rak of kok; verder vrij stil.
Opname: Paul Coiffard — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Een kleine, gedrongen witte reiger met een korte, dikke hals, een ronde kop met een "onderkin" van veren onder de snavel en een korte, dikke gele snavel. De poten zijn vrij kort, geelgroen tot donker. In broedkleed krijgen kruin, borst en mantel oranjebeige pluimen, en worden snavel en poten kortstondig rood tot oranjerood. Jonge vogels zijn geheel wit met een donkere snavel. In vlucht compact, met snellere vleugelslag dan andere witte reigers, vaak in strakke groepjes laag over het land of in V-vorm naar de slaapplaats.
Verwarringssoorten
De kleine zilverreiger (Egretta garzetta) is slanker en langhalziger, met een dunne zwarte snavel, zwarte poten en gele tenen. De middelste zilverreiger (Ardea intermedia) en de grote zilverreiger (Ardea alba) zijn groter en langhalziger. De ralreiger (Ardeola ralloides) is in vlucht ook wit, maar zittend okerbruin. In het oosten moet men letten op de oostelijke koereiger (Ardea coromanda), die in 2024 in de Emiraten broedde: die heeft in broedkleed een oranjebeige kop en hals, een langere snavel en langere poten.
Leefgebied
Akkers, geïrrigeerde velden, weilanden met vee, gazons, golfbanen, vuilnisbelten en de randen van moerassen en kanalen. Foerageert op het land, op insecten, hagedissen en kikkers die door vee, tractoren of maaiers worden opgejaagd. Broedt in kolonies in bomen of riet, vaak samen met andere reigers en dicht bij dorpen; gemeenschappelijke slaapplaatsen in bomen langs water of in steden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Talrijke broedvogel in Noord-Marokko, Noord-Algerije en Tunesië, waar hij zich steeds verder landinwaarts uitbreidt, en plaatselijk aan de Libische kust. In Egypte een van de algemeenste vogels van de Nijldelta en de Nijlvallei tot Aswan, en ook in de oases van de Westelijke Woestijn. In Israël, Jordanië, Libanon, Syrië en Irak een algemene broedvogel. In Arabië vooral een wintergast in geïrrigeerde landbouwgebieden, zoals in Najran, Al Kharj en Qassim in Saoedi-Arabië, en in de Emiraten, Oman, Bahrein, Qatar en Koeweit; broedkolonies zijn bekend uit onder meer de Emiraten (Al Marmoom bij Dubai) en Oost-Saoedi-Arabië. In Jemen algemeen in de Tihama. Daarbuiten in Zuid-Europa, Afrika, het Midden-Oosten en, na kolonisatie, in Amerika; de Aziatische vogels worden als aparte soort behandeld.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de Nijldelta hoef je hem niet te zoeken: elke akker met een buffel of tractor trekt er tientallen. De avondtrek naar de slaapplaatsen, in lange slierten laag over de velden, is in Egypte en Marokko goed te volgen. In de Golfstaten zijn de groene velden en parken rond Dubai en Abu Dhabi in de winter goede plekken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en een van de succesvolste reigers ter wereld. In het gidsgebied sterk toegenomen dankzij irrigatie, uitbreiding van de landbouw en de bescherming van kolonies; in Arabië vestigt hij zich op steeds meer plaatsen. Plaatselijk worden kolonies in dorpen als overlast gezien en verstoord.
Wetenschappelijke naam
Ardea ibis | Linnaeus, 1758 (GBIF: Bubulcus ibis)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ardea voerde hij in datzelfde werk in. Ardea is het Latijnse woord voor 'reiger'. ibis is een Latijns en Grieks woord dat oorspronkelijk de heilige ibis aanduidde en bij vergissing aan deze reiger werd gegeven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.


