Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Kleine regenwulp
Kleine regenwulp | Numenius minutus
Little Curlew | Zarapito chico
De kleinste wulp ter wereld, een broedvogel van Oost-Siberië die in Australië overwintert. In het gidsgebied is hij een uiterst zeldzame dwaalgast van de Perzische Golf, waar hij twee keer is gezien op begraasd of bevloeid grasland, zijn favoriete terrein.
Geluid
In vlucht een snel, fluitend tuu-tuu-tuu of tjie-tjie-tjie, hoger en zachter dan de triller van de regenwulp; bij opvliegen ook een hard tsjeuk.
Opname: Terry Townshend — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Klein en compact, ongeveer zo groot als een goudplevier, met een korte, slechts licht gebogen snavel met een roze basis aan de ondersnavel. Het hoofd toont een duidelijke kruinstreep en een lichte wenkbrauwstreep, met een smalle donkere oogstreep; de teugel is vrij licht. Bovendelen bruin met warme, beigebruine randen; borst fijn gestreept, flanken nauwelijks gebandeerd. In vlucht een egaal bruine rug en stuit zonder witte wig en ongestreepte, bruinige ondervleugels. Poten blauwgrijs.
Verwarringssoorten
De regenwulp (Numenius phaeopus) is veel groter, met een langere, sterker gebogen snavel, een donkerder zijkop en (bij de westelijke vormen) een witte wig op de rug. De vrijwel zeker uitgestorven dunbekwulp (Numenius tenuirostris) heeft een witte rug en hartvormige flankvlekken. Op de grond kan hij ook aan een grote strandloper of een vrouwtje kemphaan (Calidris pugnax) doen denken, maar de gebogen snavel en de kopstrepen maken het verschil.
Leefgebied
Droog, kort grasland, akkers en bevloeide velden, gazons en vliegvelden; komt minder naar wadden en stranden dan andere wulpen. De beide vogels in het gidsgebied zaten op landbouwgrond met lage gewassen (Koeweit) en aan de rand van een kustlagune met slikken (Dubai).
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen als dwaalgast bekend: één vogel in december 2007 op de bevloeide landbouwvelden (pivot fields) van Koeweit, en één in maart in het natuurreservaat Ras Al Khor in Dubai, de eerste voor de Emiraten. Uit Noord-Afrika en de Levant zijn geen gevallen bekend. Daarbuiten broedt hij in Oost-Siberië, trekt door Oost-Azië en overwintert vooral in Noord-Australië; elders in de wereld een zeer schaarse dwaalgast.
Hoe en wanneer kijken
Een kleine wulp op een bevloeid veld of grasvlakte in de Golfstaten verdient een tweede blik, zeker tussen groepen goudplevieren of kieviten. Let op de korte snavel, de kopstrepen en het ontbreken van wit op de rug; een foto is onmisbaar voor aanvaarding door de nationale commissies.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, met een grote, maar sterk geconcentreerde populatie die afhankelijk is van pleisterplaatsen langs de Gele Zee en in Oost-Azië. In het gidsgebied een zuivere dwaalgast zonder eigen bescherming.
Wetenschappelijke naam
Numenius minutus | Gould, 1841
Gould beschreef de soort in 1841 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Numenius werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Numenius is Grieks, van neos 'nieuw' en mēnē 'maan', naar de snavel die aan een wassende maan doet denken; noumēnios is bij Hesychius de naam van een vogel. minutus is Latijn voor 'klein'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nieuw-Zuid-Wales in Australië.

