Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Izabeltortel

Izabeltortel | Streptopelia roseogrisea

African Collared Dove | Tórtola rosigrís

De bleke tortel met nekband van de Sahel, die in het gidsgebied alleen aan de zuidrand voorkomt: in de Tihama en de voetheuvels van Zuidwest-Arabië en in het uiterste zuiden van Egypte. De gedomesticeerde vorm is de lachduif, die overal als kooivogel en soms verwilderd te zien is.

Izabeltortel (Streptopelia roseogrisea)
Foto: mourad-harzallah — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een rollend, snorrend gekoer, koe-krrrrrroe, waarbij de tweede toon trillend en dalend wegsterft; heel anders dan de heldere drie tonen van de turkse tortel. Bij opwinding een kort, schor krrr.

Luister: VluchtroepXC1163975

Opname: Zsombor Károlyi — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Kleine, bleke duif met een zachte roze-zandkleurige kop en borst die naar de buik toe vrijwel wit wordt, en een smalle zwarte, wit omzoomde nekband. De bleke vleugeldekveren contrasteren sterk met de zwartachtige handpennen. De staart is van onderen zwart aan de basis met een brede witte eindhelft; de onderstaartdekveren zijn wit. De Arabische vorm arabica is iets donkerder en grijzer dan de Afrikaanse.

Verwarrings­soorten

De turkse tortel (Streptopelia decaocto) is groter, grijzer en minder contrastrijk, met grijze onderstaartdekveren en een driedelig gekoer. Lachduiven zijn crèmekleurig, missen het contrast in de vleugel en zitten vrijwel altijd bij bebouwing. De palmtortel (Spilopelia senegalensis) is warmer bruin en heeft geen nekband maar een gevlekt borstschild.

Leefgebied

Droge acaciasavanne, doornstruweel en beboste wadi's in het laagland en de lage heuvels, vaak bij drinkplaatsen, akkers en dorpen. Foerageert op de grond, in groepjes, vaak samen met palmtortels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied jaarvogel in Zuidwest-Arabië: de Tihama en de westelijke heuvels van Jemen en Zuidwest-Saoedi-Arabië, noordwaarts tot ongeveer Jeddah. In Egypte schaars in het uiterste zuidoosten, rond Gebel Elba. Dwaalgast in Oman. Daarbuiten in de Sahelgordel van Mauritanië en Senegal tot Soedan, Eritrea en Somalië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Waar turkse tortel en izabeltortel samen voorkomen, zoals in nieuwe Saoedische nederzettingen aan de rand van de Tihama, is de roep het snelste kenmerk. Kijk een opvliegende vogel na op de witte onderstaart en de donkere handpennen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in de Tihama talrijk. De toenemende turkse tortel kan op den duur concurreren en mogelijk hybridiseren; lachduiven, de gedomesticeerde vorm, kruisen ook met wilde vogels.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia roseogrisea | (Sundevall, 1857)

Sundevall beschreef de soort in 1857 als Columbam roseogriseam; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. roseogrisea is Latijn, van roseus 'rozerood' en griseus 'grijs', naar het rozegrijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nubië.