Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Havikarend

Havikarend | Aquila fasciata

Bonelli's Eagle | Águila perdicera

De havikarend is een middelgrote, slanke en snelle arend met lange staart, die als een grote havik jaagt op hoenders, duiven en konijnen. Met naar schatting zo'n tweeduizend paren in de Maghreb, waarvan misschien de helft in Marokko, is hij de talrijkste grote arend van Noord-Afrika, en hij leeft ook in de gebergten van het Midden-Oosten en Arabië.

Havikarend (Aquila fasciata)
Foto: Paco Gómez from Castellón, Spain — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Bij het nest een hoog, helder kie-kie-kie en melodieuze fluittonen.

Luister: VluchtroepXC792286

Opname: SonoNatura — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

55–65 cm, spanwijdte 145–170 cm. De volwassen vogel heeft donkerbruine bovendelen met een kenmerkende witte vlek op de mantel, en witte onderdelen met fijne donkere lengtestreepjes. In vlucht een donkere band over de ondervleugeldekveren tussen een lichte voorrand en lichtgrijze, fijn gebandeerde slagpennen, en een lange grijze staart met een brede zwarte eindband. De vleugels zijn vrij kort en breed, met een rechte achterrand. De jonge vogel heeft roestgele tot oranjebruine onderdelen en ondervleugeldekveren, donkere toppen aan de grote dekveren die een smalle lijn vormen, en een fijn gebandeerde staart zonder eindband; de volwassen tekening ontstaat in drie tot vier jaar.

Verwarrings­soorten

De lichte dwergarend (Hieraaetus pennatus) is kleiner, met witte ondervleugeldekveren en zwarte slagpennen, en licht doorschijnende binnenste handpennen. De slangenarend (Circaetus gallicus) heeft een grote ronde kop, gele ogen en een lichte, gebandeerde ondervleugel zonder donkere dekverenband. De arendbuizerd (Buteo rufinus) heeft een ongebandeerde lichte staart en zwarte polsvlekken. Een jonge havikarend kan op een jonge Spaanse keizerarend (Aquila adalberti) lijken, maar die is veel groter, met lichte vleugelstrepen.

Leefgebied

Ruige, rotsachtige gebergten met kloven en rotswanden in een mediterraan tot halfdroog klimaat, met maquis, garrigue of open bos; in Arabië en de woestijnranden ook rotsige wadi's en kale bergen. Het nest ligt meestal op een beschutte richel in een rotswand, soms in een boom. Jaagt op patrijzen, duiven, konijnen, hazen en hagedissen. Jonge vogels zwerven in de winter naar prooirijke vlakten, akkerland en visvijvers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Marokko wijdverspreid in de Rif, de Atlas en de Anti-Atlas, met misschien ongeveer duizend paren; zwervende en overwinterende vogels verzamelen zich in jachtreservaten in het noorden en in de streek Guelmim–Tan-Tan. Ook verspreid in het noorden van Algerije en Tunesië en in de Jebel Akhdar en Jebel Nafusa van Libië. In Egypte schaars in de Sinaï en de bergen van de Oostelijke Woestijn. Een kleine stand in Israël, vooral in de Judese woestijn, de Negev en het noorden, en in Jordanië, Libanon, Syrië en Noord-Irak. In Arabië in de bergen van West-Saoedi-Arabië (Hejaz en Asir), Jemen en Oman (Hajargebergte en Dhofar), schaars in het Hajargebergte van de Emiraten. Daarbuiten in Zuid-Europa, Turkije, Iran, Zuid-Azië en Zuid-China tot de Kleine Soenda-eilanden.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Marokko een goede kans in de Todra- en Dadèskloof en de Anti-Atlas, in Israël in de kloven langs de Dode Zee. Let op een slanke arend die met snelle vleugelslagen laag langs een helling jaagt; de witte vlek op de rug valt bij zittende en vliegende vogels goed op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar in grote delen van het Middellandse Zeegebied in de twintigste eeuw sterk afgenomen door verlies van leefgebied, verstoring, afschot en elektrocutie. In de streek Guelmim zijn sinds 2016 bijna vijftig volwassen en jonge vogels geëlektrocuteerd. De soort verdraagt mensen beter dan andere arenden en is minder gevoelig voor vergiftigd aas, omdat hij zelden aas eet.

Wetenschappelijke naam

Aquila fasciata | Vieillot, 1822

Vieillot beschreef de soort in 1822 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Aquila werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Aquila is Latijn voor 'arend', mogelijk van aquilus 'donker van kleur'. fasciata is Latijn voor 'gebandeerd', van fascia 'band', naar de donkere band over het staarteinde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Montpellier in Frankrijk.