Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Grote kanoet
Grote kanoet | Calidris tenuirostris
Great Knot | Correlimos grande
De grootste strandloper, een Oost-Siberische broedvogel die vooral in Australië en Zuidoost-Azië overwintert. Een klein, westelijk deel van de populatie overwintert in Arabië, met Barr al Hikman in Oman als belangrijkste plek en de kust van de Verenigde Arabische Emiraten als tweede bolwerk.
Geluid
Op de overwinteringsplaatsen vrij stil; roept een zacht, dubbel nyut-nyut of kurr-kurr, wat lager dan de kanoet.
Opname: Sven Normant — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Duidelijk groter en langer gebouwd dan de kanoet, met een vrij lange, naar de punt licht gebogen zwarte snavel, een relatief kleine kop en korte, grijsgroene poten. In winterkleed grijs boven met donkere schachtstrepen, en een wit onderlichaam met opvallende donkere vlekjes op de borst die naar de flanken uitlopen. In broedkleed is de borst dicht zwart gevlekt, met grove zwarte pijlvlekken op de flanken, en dragen de schouderveren roestrode vlekken. In vlucht een vrij witte stuit die contrasteert met de donkere staart, en een smalle vleugelstreep.
Verwarringssoorten
De kanoet (Calidris canutus) is kleiner en ronder, met een kortere, rechte snavel, een fijner gestreepte borst en een grijzere stuit; in broedkleed steenrood onder in plaats van zwart gevlekt. Een grijze winterkanoet tussen andere kanoeten wordt vaak pas door de langere snavel en het lange achterlijf opgemerkt. De rosse grutto (Limosa lapponica) is veel groter, met langere poten en een lange, licht opgewipte snavel.
Leefgebied
Uitgestrekte getijdenvlakten en zandplaten met slik, vaak in de buurt van zeegrasvelden; rust bij hoogwater op zandbanken, eilandjes en kale kustvlakten, vaak in gemengde groepen met kanoeten en rosse grutto's.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Oman houdt Barr al Hikman verreweg de grootste Arabische winterpopulatie, met tot ruim 1200 vogels in februari 1996; elders in Oman is hij dwaalgast en de meeste vogels zijn half maart vertrokken. In de Emiraten sinds 1986 regelmatig in kleine aantallen van november tot begin april, vooral bij Khor al Beida (Umm al Qaiwain); bij Marawah in Abu Dhabi werden in september 1994 ruim 600 vogels geteld, en Balghelam Island bleek een nieuwe overwinteringsplek. In Koeweit een zeer schaarse wintergast sinds 2004 (hoogstens 19 vogels), in Qatar dwaalgast (eerste geval in 2008) en in het oosten van Saoedi-Arabië zeer schaars met enkele gevallen uit 1984–1991. Uit Bahrein, Irak, Jemen, Noord-Afrika en de Levant is hij nauwelijks of niet bekend. Daarbuiten broedt hij in de bergtoendra van Noordoost-Siberië en overwintert hij vooral in Australië en Zuidoost-Azië, met kleinere aantallen rond de Golf van Bengalen, Pakistan en de Iraanse Golfkust.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kans is van december tot februari bij Khor al Beida in de Emiraten of op de vlakten van Barr al Hikman in Oman, rond hoogwater wanneer de steltlopers dicht opeen rusten. Zoek tussen de kanoeten en rosse grutto's naar een grotere, langsnavelige vogel met zwart gevlekte borst. In 2017 bleek een met kleurringen gemerkte vogel bij Khor al Beida in Kamtsjatka geringd: de eerste directe band tussen het Russische Verre Oosten en het Midden-Oosten.
Staat van instandhouding
Bedreigd. De wereldpopulatie is in enkele decennia sterk afgenomen, vooral door het verdwijnen van getijdenvlakten rond de Gele Zee, de belangrijkste pleisterplaats op de trek. De kleine Arabische winterpopulatie is afhankelijk van een handvol kustgebieden; in de Emiraten staan die onder druk van kustontwikkeling en eilandbouw, en Barr al Hikman is als natuurreservaat van groot belang.
Wetenschappelijke naam
Calidris tenuirostris | (Horsfield, 1821)
Horsfield beschreef de soort in 1821 als Totanus tenuirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. tenuirostris is Latijn, van tenuis 'slank' en rostrum 'snavel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Java.
