Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Grote franjepoot
Grote franjepoot | Phalaropus tricolor
Wilson's Phalarope | Falaropo tricolor
De grootste en meest landgebonden franjepoot, een Noord-Amerikaanse steltloper van prairiemeren die in Zuid-Amerika overwintert. Hij is in het gidsgebied een zeer zeldzame dwaalgast, met een handvol gevallen in Marokko en losse vogels van Tunesië tot Oman en de Emiraten.
Geluid
Meestal stil buiten het broedgebied; hooguit een laag, nasaal wurk of zacht tsjoek.
Opname: Aluisio Ribeiro — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Een slanke, langhalzige steltloper met een kleine kop, een naaldfijne zwarte snavel en vrij lange poten (zwart in de zomer, geel in de winter). In winterkleed bleekgrijs van boven en helderwit van onder, met een vage grijze oogstreep die achter het oog naar de halszijde loopt. Het vrouwtje in broedkleed is contrastrijk getekend, met een zwarte streep van het oog langs de hals die overgaat in kastanjebruin, een grijze kruin en witte keel; het mannetje is doffer. In vlucht een effen grijze vleugel zonder vleugelstreep en een witte stuit. Foerageert vaak lopend op de oever en draait zwemmend snel rondjes.
Verwarringssoorten
De grauwe franjepoot (Phalaropus lobatus) en de rosse franjepoot (Phalaropus fulicarius) zijn kleiner en gedrongener, met een duidelijke witte vleugelstreep, een donkere stuit en in winterkleed een zwarte oogvlek. De poelruiter (Tringa stagnatilis) is groter, met een witte rugwig en langere groenige poten. De kleine geelpootruiter (Tringa flavipes), ook een Amerikaanse dwaalgast, heeft een gestippelde rug en langere gele poten.
Leefgebied
Ondiepe zoutpannen, zoutmeren en lagunes, ook zuiveringsplassen en ondergelopen velden; foerageert zowel zwemmend als lopend langs de waterlijn.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Marokko een handvol gevallen, vooral aan de Atlantische kust, zoals een eerstejaars aan de monding van de Oued Massa in maart 1988; rond 2006 stond de teller op vijf. In Tunesië één geval: een volwassen vrouwtje in de zoutpannen van Thyna bij Sfax op 22 april 2024. In Oman twee gevallen uit de twintigste eeuw en in de Emiraten één, op Al Wathba bij Abu Dhabi van 3 tot 10 januari 2010. Elders in het gebied niet met zekerheid vastgesteld. Broedt in de prairies en het westen van Noord-Amerika en overwintert op de zoutmeren van de Andes en in de pampa's van Zuid-Amerika; zwerft regelmatig naar West-Europa.
Hoe en wanneer kijken
Controleer franjepoten op zoutpannen en zuiveringsplassen altijd goed: een opvallend lange, slanke vogel die meer loopt dan zwemt en geen witte vleugelstreep toont, kan deze soort zijn. De Atlantische wetlands van Marokko en de zoutpannen van Sfax zijn de meest voor de hand liggende plekken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar in Noord-Amerika afhankelijk van een klein aantal grote zoutmeren als pleisterplaats, die door watergebruik verzouten en uitdrogen. In het gebied een dwaalgast die zelf niet uit het gebied afkomstig is; het overwicht van Marokkaanse waarnemingen past bij de Atlantische ligging van het land.
Wetenschappelijke naam
Phalaropus tricolor | (Vieillot, 1819)
Vieillot beschreef de soort in 1819 als Steganopus tricolor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phalaropus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Phalaropus gaat via het Franse phalarope terug op het Griekse phalaris 'meerkoet' en pous 'voet': net als meerkoeten hebben franjepoten gelobde tenen. tricolor is Latijn voor 'driekleurig'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.

