Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Grijsbuikkoekoek

Grijsbuikkoekoek | Cacomantis passerinus

Grey-Bellied Cuckoo | Cuco ventrigrís

Een kleine, slanke grijze koekoek uit Zuid-Azië, die in het gidsgebied alleen als zeldzame dwaalgast is vastgesteld, in het oosten van Arabië. Hij is niet groter dan een lijster en wordt gemakkelijk over het hoofd gezien, tenzij hij roept.

Grijsbuikkoekoek (Cacomantis passerinus)
Foto: Hari K Patibanda — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, klaaglijk pie-pi-pie-pie, vaak lang herhaald, en een dalende, versnellende reeks pie-pie-pie-pie-pie. Dwaalgasten in Arabië roepen zelden; de roep maakt een vondst in het brongebied echter gemakkelijk.

Luister: ZangXC805770

Opname: Amar Kumar Nayak — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Slank, met een lange, afgeronde staart en een fijne, licht gebogen snavel. Volwassen mannetjes en de grijze vrouwtjes zijn effen donker leigrijs op kop, rug en borst, met een witte onderbuik en onderstaartdekveren en witte toppen aan de staartpennen; in vlucht een witte band onder de vleugel. Er is ook een roodbruine (hepatische) vrouwtjesvorm, helder kastanjebruin van boven met weinig of geen bandering, een ongebandeerde roestbruine staart en wit met donkere dwarsbanden van onderen. Jonge vogels lijken op de roodbruine vorm maar zijn doffer en meer gebandeerd.

Verwarrings­soorten

De koekoek (Cuculus canorus) is veel groter, met spitse vleugels en een dwarsgestreepte buik bij de grijze vogels; de roodbruine vrouwtjes van de koekoek zijn over de bovendelen en staart dicht zwart gebandeerd. De klaagkoekoek (Cacomantis merulinus), een nauwe verwant uit Zuidoost-Azië die in het gebied niet is vastgesteld, heeft een oranjebruine buik. Door zijn grootte en lichte bouw lijkt hij eerder op een kleine lijster dan op een koekoek.

Leefgebied

In zijn brongebied open bos, struweel, tuinen en akkerland met bomen. Dwaalgasten in Arabië zijn gevonden in parken, tuinen en boomrijke landbouwgebieden, vaak samen met andere Aziatische trekvogels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied een dwaalgast, met een handvol gevallen in de Verenigde Arabische Emiraten en in Oman, vooral in de herfst en winter. Daarbuiten broedt hij van het noorden van Pakistan en de Himalaya door India tot Nepal en Bangladesh; de noordelijke vogels trekken in de winter naar het zuiden van India en Sri Lanka.

Hoe en wanneer kijken

Kansen zijn er vooral bij zorgvuldig afzoeken van parken en boomrijke tuinen langs de oostkust van de Emiraten en de Batinahkust van Oman, in oktober en november, als daar ook andere Aziatische dwaalgasten verschijnen. Een kleine grijze of rossige koekoek verdient altijd een foto en een geluidsopname.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in zijn brongebied algemeen. In het gidsgebied een zeldzame dwaalgast die voor aanvaarding door de nationale zeldzaamhedencommissies moet worden beoordeeld.

Wetenschappelijke naam

Cacomantis passerinus | (Vahl, 1797)

Vahl beschreef de soort in 1797 als Cuculus passerinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cacomantis werd in 1843 ingevoerd door Müller. Cacomantis is Grieks, van kakos 'slecht, kwaad' en mantis 'ziener, profeet': 'onheilsprofeet'. passerinus is Latijn voor 'mussachtig', van passer 'mus'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tranquebar (Tharangambadi) in India.