Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Diksnavelboszanger

Diksnavelboszanger | Phylloscopus magnirostris

Large-Billed Leaf Warbler | Mosquitero picudo

De diksnavelboszanger is een grote, donkere boszanger van bergbeken in de Himalaya en West-China, die in Zuid-India en Sri Lanka overwintert. In het gidsgebied is hij een uitzonderlijke dwaalgast: de eerste voor Arabië werd in oktober 2014 in een park in Dubai gevonden.

Diksnavelboszanger (Phylloscopus magnirostris)
Foto: Original: Thomson Saburaj, this edit: MPF — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een heldere, oplopende, tweeledige fluittoon, dirr-tie of jie-pie, het beste kenmerk. De zang is een snelle, dalende reeks van vijf tot zeven heldere tonen, ongeveer tie-tie-tie-tu-tu, op bergbeken boven het geruis uit te horen. De vogel in Dubai liet zich niet horen.

Luister: ZangXC1155076

Opname: Junning Wang — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Groot voor een boszanger, ongeveer zo groot als een fluiter, met een lange, zware, donkere snavel met een lichte ondersnavel. Bovendelen donker olijfgroen tot grijsgroen, onderdelen vuilwit met een grijzige of gelige waas op borst en flanken. Een lange, heldere, gelig witte wenkbrauwstreep die achteraan verbreedt, een brede zwartachtige oogstreep en een donkere, gevlekte wang geven een contrastrijke kop. Eén of twee smalle, lichte vleugelstrepen op de grote dekveren, vaak versleten. Poten grijsbruin.

Verwarrings­soorten

De groene fitis (Phylloscopus nitidus) is kleiner en tengerder, helderder groen en geel, met een kortere, fijnere snavel; hij foerageert rusteloos hoog in de kruin, terwijl de diksnavelboszanger zich rustiger en lager in de takken beweegt. De grauwe fitis (Phylloscopus trochiloides) is kleiner, met een fijnere snavel en een minder donkere oogstreep. Zekere determinatie vraagt aandacht voor de handpenformule en liefst de roep.

Leefgebied

In het gebied in stadsparken met bomen en struiken. Broedt in bergbos langs snelstromende beken en overwintert in dicht, vochtig bos, vaak bij water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Eén aanvaard geval in de Verenigde Arabische Emiraten: een vogel op 11–12 oktober 2014 in Al Mamzar Park in Dubai, de eerste voor Arabië. In september 2022 werd er een gemeld uit een park in Abu Dhabi. Elders in het gebied niet vastgesteld. Broedt in de Himalaya van Noord-Pakistan tot Bhutan en in West- en Midden-China, en overwintert in Zuid-India en Sri Lanka.

Hoe en wanneer kijken

Een zeldzaamheid om alleen op de trekpieken, in september en oktober, in de groene parken van Dubai of Abu Dhabi op te letten: een opvallend grote boszanger met een zware snavel en een donkere oogstreep.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een uitzonderlijke dwaalgast.

Wetenschappelijke naam

Phylloscopus magnirostris | Blyth, 1843

Blyth beschreef de soort in 1843 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Phylloscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Phylloscopus is Grieks, van phullon 'blad' en skopos 'speurder', van skopeō 'kijken': de vogel die de bladeren afzoekt. magnirostris is Latijn voor 'grootsnavelig', van magnus 'groot' en rostrum 'snavel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kolkata (Calcutta) in West-Bengalen, India.