Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Bulwers stormvogel
Bulwers stormvogel | Bulweria bulwerii
Bulwer's Petrel | Petrel de Bulwer
Een kleine, geheel donkere stormvogel met lange vleugels en een lange, wigvormige staart, die broedt op de Macaronesische eilanden vlak voor de Marokkaanse kust. Toch wordt hij in Marokkaanse wateren maar zelden gezien: tot 2011 waren er acht gevallen bekend.
Geluid
Op zee stil. In de kolonie ’s nachts een laag, herhaald, hondachtig blaffen hroo-hroo-hroo.
Opname: Marcel Gil Velasco — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ter grootte van een groot stormvogeltje of een kleine pijlstormvogel, geheel zwartbruin, met een lichtere, bruingrijze diagonale band over de bovenvleugeldekveren. De vleugels zijn lang en smal en worden in de vlucht iets naar voren en geknikt gehouden; de lange, spitse staart wordt meestal gesloten gedragen en lijkt dan een punt. De snavel is kort, zwart en vrij stevig; de poten zijn vleeskleurig met donkere tenen. Vliegt laag en zigzaggend over het water, met losse, buigzame slagen afgewisseld met korte glijvluchten, meer zoals een stormvogeltje dan als een pijlstormvogel.
Verwarringssoorten
Jouanins stormvogel (Bulweria fallax) lijkt sterk, maar komt alleen in de Arabische Zee en de Golf van Aden voor; hij is groter, met een zwaardere kop en snavel, bredere vleugels, een kortere staart en een tragere vlucht. Het madeirastormvogeltje (Hydrobates castro) en het vaal stormvogeltje (Hydrobates leucorhous) zijn kleiner, met een witte stuit en een kortere staart. De grauwe pijlstormvogel (Ardenna grisea) is veel groter, met zilverachtige ondervleugels en een stijve vlucht.
Leefgebied
Warme, diepe oceaan ver uit de kust, boven de rand van het continentaal plat en daarbuiten; foerageert vooral ’s nachts op kleine vis, inktvis en zoöplankton aan het oppervlak. Volgt zelden schepen. Broedt in rotsspleten en holen op eilanden en eilandjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen bekend van de Atlantische kust van Marokko. Het Marokkaanse zeldzaamhedencomité aanvaardde in 2011 het achtste geval voor het land: een vogel bij Cap Rhir (Haha) op 16 juni, het eerste junigeval. De meeste vogels worden van de kust of vanaf boten tussen Essaouira en Agadir gezien; verder ten zuiden, voor de kust van de Westelijke Sahara, is de soort waarschijnlijk regelmatiger op open zee, maar daar wordt nauwelijks geteld. Daarbuiten broedt hij in de Atlantische Oceaan op de Azoren, Madeira, de Desertas, de Salvages, de Canarische Eilanden en Kaapverdië, en in de Stille Oceaan van China en Japan tot Hawaï; Atlantische vogels overwinteren in de tropische Atlantische Oceaan.
Hoe en wanneer kijken
Zeetochten vanuit Agadir en zeetrekwaarneming bij Cap Rhir in de zomer bieden de beste kans. Meestal gaat het om een eenling die laag over de golven zwenkt; de lange, spitse staart en de ‘wapperende’ vlucht zijn de beste kenmerken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; de grootste bedreigingen in de kolonies zijn ratten, katten en lichtvervuiling, die jonge vogels laat neerstorten. In het gidsgebied een zeldzame dwaalgast die mogelijk wordt onderschat door het geringe aantal zeetochten.
Wetenschappelijke naam
Bulweria bulwerii | (Jardine & Selby, 1828)
Jardine & Selby beschreef de soort in 1828 als Procellaria bulwerii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Bulweria werd in 1843 ingevoerd door Bonaparte. Bulweria is gevormd bij de soortnaam bulwerii en eert daarmee dezelfde man, James Bulwer. bulwerii eert de Engelse geestelijke, tekenaar en natuuronderzoeker James Bulwer (1794–1879), die het typemateriaal op Madeira verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Madeira.
