Alle soorten › Zangvogels › Boomkruipers › Boomkruiper

Boomkruiper | Certhia brachydactyla

Short-Toed Treecreeper | Agateador europeo

De boomkruiper is een klein, bruin muisje van een vogel dat in spiralen tegen boomstammen opklimt. In het gidsgebied is hij vrijwel beperkt tot de bossen van de Maghreb, waar de vorm mauritanica voorkomt: donkerder dan Europese vogels en met een eigen, lagere zang. Aan de oostkant van het gebied is hij schaars en slecht bekend. Er is in het gidsgebied geen andere boomkruiper, wat het herkennen eenvoudig maakt.

Boomkruiper (Certhia brachydactyla)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een luid, doordringend tuut, vaak een paar keer herhaald, en een dun, hoog srie. De zang is kort en elke keer in hetzelfde ritme, eindigend op een nadrukkelijke slotnoot, tuut tuut te-roi-TIT; bij mauritanica is hij lager en anders van opbouw, en Europese vogels reageren er nauwelijks op.

Luister: ZangXC1158162

Opname: Esperanza Poveda — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Bovendelen bruin met lichte vlekjes en strepen, een warm roestbruine stuit en een lange, stijve, puntige staart. Onderdelen vuilwit, naar de flanken toe grijsbruin tot bruinig beige. Een vrij korte, onduidelijke witte wenkbrauw en een lange, fijne, gebogen snavel. De vleugel heeft een getrapte lichte band. De Noord-Afrikaanse vorm mauritanica is kouder en donkerder bruin boven en sterker beige aangeslagen onder dan Europese vogels.

Verwarrings­soorten

Er is in het gidsgebied geen tweede boomkruiper; de taigaboomkruiper (Certhia familiaris), die in Europa de grote valkuil is, komt er niet voor. De klevers – boomklever (Sitta europaea) en algerijnse boomklever (Sitta ledanti) – zijn blauwgrijs, hebben een rechte snavel en dalen ook kopover langs stammen af. De winterkoning (Troglodytes troglodytes) is ook bruin en klein, maar heeft een korte opgestoken staart, een rechte snavel en leeft laag in de ondergroei.

Leefgebied

Bossen met oude bomen met ruwe schors: kurkeiken-, steeneiken- en cederbos, ook dennenbos, tot hoog in de Atlas; daarnaast oude olijfgaarden, boomgaarden, populierenlanen en parken in het bos- en heuvelland. Zoekt insecten en spinnen in schorsspleten, van onder aan de stam spiraalsgewijs omhoog, en vliegt dan naar de voet van de volgende boom. Nestelt achter loszittende schors of in een spleet.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Noord-Afrika de vorm mauritanica: in Marokko in de Rif, de Middel-Atlas en de Hoge Atlas, in de bossen van het noordelijk binnenland en de Atlantische kurkeikenbossen, in het noorden van Algerije van de kust tot de Saharaatlas, en in Noord-Tunesië. In het Midden-Oosten schaars en slecht gedocumenteerd: alleen in de bergbossen langs de Turkse grens in het noordwesten van Syrië, en mogelijk in Libanon. Ontbreekt in Libië, Egypte, Israël, Jordanië, Irak en Arabië. Daarbuiten in Zuid-, West- en Midden-Europa, Turkije en Cyprus.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de kurkeikenbossen van Maâmora bij Rabat en in de cederbossen rond Ifrane is de boomkruiper algemeen; volg het luide tuut en kijk naar de voet van de stammen, waar hij steeds opnieuw begint. In Tunesië rond Aïn Draham.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In de Maghreb wijdverbreid in bos en oude boomgaarden; aantasting van de kurkeiken- en cederbossen en het rooien van oude olijfgaarden kosten plaatselijk leefgebied. Over de oostelijke populaties is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Certhia brachydactyla | Brehm, 1820

Brehm beschreef de soort in 1820 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Certhia werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Certhia komt van het Griekse kerthios, een kleine boombewonende vogel die Aristoteles en anderen beschrijven. brachydactyla is Grieks, van brakhus 'kort' en daktulos 'vinger, teen', naar de korte tenen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het Rodadal in Thüringen.