Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Bonte ijsvogel
Bonte ijsvogel | Ceryle rudis
Pied Kingfisher | Martín pescador pío
De zwart-witte ijsvogel die biddend boven het water hangt en dan met de kop omlaag naar beneden schiet. Langs de Nijl is hij een van de vertrouwdste vogels: op elk kanaal, elke visvijver en elke aanlegsteiger van Aswan tot de delta zit er wel een. Ook in de Jordaanvallei, rond het Meer van Tiberias en langs Eufraat en Tigris is hij een gewone standvogel; op het Arabisch Schiereiland en in de Maghreb is hij een zeldzaamheid.
Geluid
Luidruchtig: een scherp, ratelend kwiek-kwiek of tsjirrik, vaak in de vlucht, en een opgewonden hoog gekwetter wanneer paren of familiegroepjes samen op een paal of draad zitten, vaak met schudden van de vleugels.
Opname: Ray Tsu 诸仁 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Fors en zwaargebouwd, met een grote kop met korte, rafelige kuif, een lange zwarte dolksnavel en donkere poten. Het hele kleed is zwart-wit: zwarte bovendelen met veel witte vlekken en randen, een witte wenkbrauwstreep boven een zwart oogmasker en witte onderdelen. Het mannetje heeft twee zwarte borstbanden, een brede en daaronder een smalle; het vrouwtje één, in het midden vaak onderbroken. Jonge vogels hebben een grauwe, geschubde band. In de vlucht witte vleugelvelden en een witte staartbasis met zwarte eindband.
Verwarringssoorten
In het gidsgebied is er geen tweede zwart-witte ijsvogel. De ijsvogel (Alcedo atthis) is veel kleiner en blauw met oranje. Op afstand kan een biddende vogel lijken op een visdief (Sterna hirundo) of dwergstern (Sternula albifrons) boven hetzelfde water, maar die hebben smalle spitse vleugels, een gevorkte staart en een lichte, dansende vlucht, terwijl de bonte ijsvogel zwaar en met de snavel pal omlaag stilhangt.
Leefgebied
Rivieren, kanalen, visvijvers, meren en stuwmeren met helder water, en langs de kust lagunes, estuaria en havens. Jaagt biddend tot boven open water ver van de oever, zodat hij niet afhankelijk is van overhangende takken. Broedt in gangen in steile oeverwanden, soms in kleine groepen met helpers bij het nest. Zit veel op draden, palen en meerpalen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Egypte: algemene standvogel langs de hele Nijl, van het Nassermeer en Aswan tot de delta, in de Fayoum en langs het Suezkanaal. In de Levant broedt hij in Israël (kustvlakte, Hula, Meer van Tiberias, Jordaanvallei) en in de Jordaanse Jordaanvallei; schaars in Libanon. Syrië en Irak: langs Eufraat en Tigris en in de moerassen van Zuid-Irak. Koeweit: schaarse wintergast en doortrekker; elders op het Arabisch Schiereiland, in Libië en in de Maghreb een zeldzame zwerver. Daarbuiten wijd verbreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, in Zuid-Turkije en Iran en door Zuid-Azië tot Zuid-China.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Elke boottocht of wandeling langs de Nijl bij Luxor of Aswan levert ze op, vaak biddend vlak naast de boot. In Israël zijn de visvijvers van de Hula en het Meer van Tiberias betrouwbaar, vooral in de winter, wanneer ze zich rond rijke vijvers verzamelen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en langs de Nijl algemeen. In de Levant en Irak is hij gevoelig voor vervuiling en het droogvallen van wetlands; in Israël profiteert hij van visvijvers, maar wordt hij daar ook als visrover bestreden.
Wetenschappelijke naam
Ceryle rudis | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Alcedo rudis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ceryle werd in 1828 ingevoerd door Boie. Ceryle gaat terug op het Griekse kērulos, een niet thuis te brengen en waarschijnlijk mythische vogel die Aristoteles en anderen noemen. rudis is Latijn voor 'ruw' of 'ongetemd'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.


