Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Bonapartes strandloper
Bonapartes strandloper | Calidris fuscicollis
White-Rumped Sandpiper | Correlimos culiblanco
Een langvleugelige Amerikaanse strandloper met een spierwitte stuit, die jaarlijks van Noord-Canada naar Vuurland en terug vliegt. In het gidsgebied is hij een uiterst zeldzame dwaalgast, met tot nu toe gevallen in Israël en de Verenigde Arabische Emiraten.
Geluid
Een hoog, dun, muisachtig tsiet of jiet, heel anders dan de roep van de andere kleine strandlopers.
Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Iets kleiner dan een bonte strandloper, maar opvallend langgerekt: de lange handpennen steken in zit duidelijk voorbij de staart uit. Korte, licht gebogen zwarte snavel, vaak met een bruinige basis van de ondersnavel, en zwarte poten. In broedkleed bruin geschubde bovendelen met roestige tinten en fijn gestreepte borst en flanken; in winterkleed grijzer. Een duidelijke witte wenkbrauwstreep. In vlucht valt de smalle, geheel witte bovenstuit op, een band over de basis van de staart, en een vage vleugelstreep.
Verwarringssoorten
De krombekstrandloper (Calidris ferruginea) heeft ook een witte stuit, maar is langpotiger en heeft een langere, sterker gebogen snavel en geen streping op de flanken. De Bairds strandloper (Calidris bairdii) is even langgerekt maar heeft een donkere stuit, een beigere borst en een kortere wenkbrauw. De bonte strandloper (Calidris alpina) heeft kortere vleugels en een donkere middenstreep over de stuit. In zit zijn de lange vleugelpunten en de gestreepte flanken de beste kenmerken.
Leefgebied
Slikken, zoutpannen, lagunes en oevers van ondiepe meren en vloeivelden, vaak tussen andere strandlopers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Uiterst zeldzaam. In Israël is één geval bekend (april 2004) en in de Verenigde Arabische Emiraten het eerste geval bij de waterzuivering van Al Ain (18–26 mei 2012); samen met een Turks geval uit 1996 waren dat de enige drie gevallen in het Midden-Oosten. Uit Noord-Afrika zijn vrijwel geen gevallen bekend, al is hij aan de Atlantische kust van Marokko te verwachten. Daarbuiten broedt hij op de toendra van Arctisch Canada en Alaska en overwintert in het zuiden van Zuid-Amerika; jaarlijks dwaalgast in West-Europa, vooral in het najaar.
Hoe en wanneer kijken
De gevallen in het Midden-Oosten zijn voorjaarsvogels, die waarschijnlijk na een Atlantische oversteek in zuidelijk Afrika overwinterden en in april–mei met andere strandlopers noordwaarts trokken. Let in die maanden bij vloeivelden en zoutpannen in Arabië en bij Eilat op een strandloper met lange vleugelpunten en een witte stuit.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (IUCN: Vulnerable). De wereldpopulatie neemt af door verlies van foerageergebieden langs de lange trekroute van Arctisch Amerika naar Vuurland. In het gidsgebied een uiterst zeldzame dwaalgast zonder eigen bedreigingen.
Wetenschappelijke naam
Calidris fuscicollis | (Vieillot, 1819)
Vieillot beschreef de soort in 1819 als Tringa fuscicollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. fuscicollis verbindt het Latijnse fuscus 'donker, bruin' met -collis '-halzig', dus 'met donkere hals'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.

