Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Arabische stern

Arabische stern | Sterna repressa

White-Cheeked Tern | Charrán arábigo

Een donkergrijze stern van de warme kusten rond het Arabisch Schiereiland, met een broedgebied dat grotendeels binnen het gidsgebied valt. In de zomer is hij op de koraaleilanden van de Golf en de Rode Zee een van de talrijkste sterns; in de winter trekken de meeste vogels naar de kust van Oost-Afrika.

Arabische stern (Sterna repressa)
Foto: william_stephens — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, hoog kie-lik, lijkend op de roep van de visdief maar dunner en sneller; bij verstoring een ratelend kik-kik-kik.

Luister: RoepXC1069497

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Iets kleiner en fijner dan een visdief, met lange, smalle vleugels. In broedkleed is de hele onderzijde egaal donker leigrijs, en tussen de zwarte kap en dat grijs loopt een scherp afgetekende witte wangstreep. Mantel, stuit en staart hebben dezelfde donkergrijze tint, zonder wit blok achteraan. De snavel is lang en dun, donkerrood met een zwartachtige punt, de poten rood. Van onderen toont de hand een brede, vage donkere achterrand en zijn de armpennen grijs. In winterkleed en bij jonge vogels zijn de onderdelen wit, maar blijven stuit en staart grijs.

Verwarrings­soorten

De visdief (Sterna hirundo) is van onderen lichtgrijs tot wit, met een witte stuit en staart die afsteken tegen de grijze mantel. De witwangstern (Chlidonias hybrida) heeft ook een donkere onderzijde en witte wang, maar is kleiner en compacter met een korte, nauwelijks gevorkte staart en vliegt laag boven zoet water. De brilstern (Onychoprion anaethetus) is van boven bruinzwart en van onderen wit. Dougalls stern (Sterna dougallii) is veel bleker.

Leefgebied

Warme, ondiepe kustwateren met koraalriffen, baaien, lagunes en mangrovekusten; foerageert met korte stootduiken, ook verder op zee. Broedt in kolonies op lage zand-, schelpen- en koraaleilandjes, vaak samen met Bengaalse stern, grote kuifstern en brilstern.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt van april tot augustus op eilanden in de Rode Zee voor Egypte (onder meer bij Hurghada en in de Golf van Suez), Saoedi-Arabië (Farasan-eilanden) en Jemen, en in de Golf voor Koeweit (Kubbar, Qaru, Umm al Maradim), Saoedi-Arabië (Juraid, Jana, Karan, samen ruim 10.000 paren), Bahrein, Qatar en Abu Dhabi. In Oman broedt hij langs de hele kust, onder meer op de Daymaniyat-eilanden, Masirah en de Hallaniyat-eilanden. Na de broedtijd trekken de meeste vogels naar Oost-Afrika; enkele overwinteren voor Oman en Jemen. In Israël een schaarse zomergast en doortrekker bij Eilat, niet broedend; in Zuid-Irak zeldzaam. Daarbuiten broedt hij langs de Iraanse kust, in Eritrea, Djibouti, Somalië en Kenia, en plaatselijk in West-India.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de zomer foerageren ze talrijk boven de riffen voor Hurghada en Marsa Alam, en in Oman langs de kust van Muscat en bij Masirah. Bij Eilat verschijnt in mei – augustus af en toe een vogel tussen de visdieven bij de noordpunt van de Golf van Akaba.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Omdat de wereldpopulatie zich op een beperkt aantal eilanden concentreert, is hij kwetsbaar voor verstoring van broedkolonies, het rapen van eieren, olieverontreiniging en kustontwikkeling in de Golf en langs de Rode Zee.

Wetenschappelijke naam

Sterna repressa | Hartert, 1916

Hartert beschreef de soort in 1916 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sterna werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Sterna gaat terug op het Oudengelse stearn, dat voorkomt in het gedicht The Seafarer; de Friezen gebruikten een verwant woord voor sterns. repressa is Latijn voor 'ingehouden, teruggehouden', van reprimere 'terugdringen'; waarom die naam gekozen is, is niet duidelijk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fao aan de Perzische Golf.