Alle soorten › Spechtachtigen › Toekans › Zwavelborsttoekan

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Zwavelborsttoekan | Ramphastos sulfuratus

Keel-billed Toucan | Tucán pico canoa

De zwavelborsttoekan is de grote toekan van het noordelijke deel van het gidsgebied en komt voor van het zuiden van Mexico tot Panama; in Mexico, Belize, Guatemala en El Salvador is hij de enige grote toekan. Hij is te herkennen aan de grote, veelkleurige snavel met groen, oranje en rood. Groepjes trekken door de boomkronen en vliegen met een paar vleugelslagen en een glijvlucht van boom naar boom. Het is de nationale vogel van Belize.

Zwavelborsttoekan (Ramphastos sulfuratus)
Foto: Chris Down — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, krakend, kikkerachtig krriek-krriek-krriek, lang herhaald, vaak door meerdere vogels tegelijk en vanaf een hoge tak. Daarnaast tikken en klepperen met de snavel.

Luister: ZangXC1180657

Opname: Nick Talbot — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

42–55 cm, waarvan de snavel ongeveer een derde. Het verenkleed is grotendeels zwart, met een kastanjebruine waas op nek en bovenrug. Gezicht, keel en borst zijn zwavelgeel, aan de onderkant begrensd door een smalle rode band. Bovenstaartdekveren wit, onderstaartdekveren rood. De naakte huid rond het oog is geelgroen. De snavel is grotendeels lichtgroen, met een oranje vlek op de zijkant van de bovensnavel, een donkerrode punt en blauwachtige tinten op de ondersnavel. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een kortere, doffere snavel.

Verwarrings­soorten

De zwartsnaveltoekan Ramphastos ambiguus (Honduras tot Panama) is groter en heeft een diagonaal tweekleurige snavel, geel boven en donker kastanjebruin aan de basis en onder, en een jankende roep in plaats van gekras. De halsbandarassari Pteroglossus torquatus is veel kleiner en slanker, met een gele buik met een zwarte vlek en een rood-zwarte band.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, het halfgroenblijvende seizoensbos van Yucatán, hoog secundair bos, bosranden, galerijbos en halfopen land met hoge bomen, ook schaduwcacao; tot ongeveer 1200 m, plaatselijk hoger. Eet vooral vruchten en neemt daarnaast insecten, hagedissen, eieren en nestjongen. Broedt in een boomholte, vaak een oud spechtenhol; groepjes slapen samen in een holte, met de staart over de rug gevouwen.

Verspreiding en trek

In Mexico van het zuiden van Veracruz en het noorden van Oaxaca door Tabasco, Chiapas en het schiereiland Yucatán (Campeche, Quintana Roo en het zuiden van Yucatán); verder door Belize, Guatemala, Honduras en de Caribische kant van Nicaragua naar Costa Rica, waar hij op de Caribische helling en in het noorden van de Pacifische kant leeft, en door Panama tot Darién. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia en het noordwesten van Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Komt geregeld voor in Tikal in Guatemala, in Belize, in het Caribisch laagland van Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) bij Gamboa in Panama. Het krakende koor is vaak het eerste teken; groepjes steken achter elkaar open plekken over, met de snavel vooruit.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Gaat achteruit door kap en versnippering van laaglandbos, door jacht en door vangst voor de handel in kooivogels; in grote bosgebieden nog vrij algemeen.

Wetenschappelijke naam

Ramphastos sulfuratus | Lesson, 1830

Lesson beschreef de soort in 1830 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ramphastos werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Ramphastos komt van Grieks rhamphēstēs 'met een snuit', van rhamphē 'snavel', naar de enorme snavel. sulfuratus is Latijn voor 'zwavelkleurig', naar de felgele keel en borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.