Alle soorten › Zangvogels › Muggenvangers › Zwartstaartmuggenvanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartstaartmuggenvanger | Polioptila melanura

Black-tailed Gnatcatcher | Perlita del desierto

De zwartstaartmuggenvanger is een kleine, grijze muggenvanger van woestijnen en droog struikgewas, met een staart die van onderen grotendeels zwart is. Paren leven het hele jaar samen in een vast territorium. In het gidsgebied komt hij voor in het noorden van Mexico.

Zwartstaartmuggenvanger (Polioptila melanura)
Foto: Vickie J Anderson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een raspend, herhaald tsjie-tsjie-tsjie als alarmroep en een droog, scherp tsjet. De zang is een eenvoudige reeks gelijke, raspende tonen.

Luister: ZangXC1000843

Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, met een lange staart. Bovendelen grijs, onderdelen vuilwit tot lichtgrijs. Smalle witte oogring. Het mannetje heeft in de broedtijd een glanzend zwarte kap die tot net boven het oog reikt; buiten de broedtijd vaak alleen een korte zwarte streep boven het oog. Het vrouwtje is grijzer en bruiner, zonder zwart op de kop. Staart zwart; van onderen gezien vrijwel geheel zwart met smalle witte randen en witte toppen aan de buitenste veren.

Verwarrings­soorten

De blauwgrijze muggenvanger Polioptila caerulea is blauwer en heeft een van onderen vrijwel geheel witte staart. De californische muggenvanger Polioptila californica is donkerder grijs met bruinere flanken en nog minder wit in de staart; hij leeft vooral in kustsaliestruweel. De zwartkapmuggenvanger Polioptila nigriceps heeft een langere snavel en meer wit onder de staart.

Leefgebied

Woestijnstruweel met mesquite, acacia en creosootstruik, droge beddingen en doornstruweel in laagland en lage hellingen. Zoekt in struiken naar kleine insecten en spinnen, meestal in paren.

Verspreiding en trek

Noorden van Mexico, van Baja California en Sonora oostelijk tot Coahuila en Nuevo León, en zuidelijk in de droge binnenlanden van het noorden van Mexico. Buiten het gidsgebied in het zuidwesten van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In woestijnstruweel het best te vinden op de raspende roep; paren houden elkaar met korte roepjes in contact terwijl ze door de struiken trekken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk algemeen in geschikt woestijnstruweel; gaat achteruit waar struweel plaatsmaakt voor landbouw en bebouwing.

Wetenschappelijke naam

Polioptila melanura | Lawrence, 1856

Lawrence beschreef de soort in 1856 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Polioptila werd in 1855 ingevoerd door Sclater. Polioptila is Grieks, van polios 'grijs' en ptilon 'veer': 'grijsgeveerd'. melanura is Grieks, van melas 'zwart' en oura 'staart', naar de grotendeels zwarte staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het dal van de Rio Grande, Texas.