Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Zwartmaskersolitaire

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartmaskersolitaire | Myadestes melanops

Black-faced Solitaire | Solitario carinegro

De zwartmaskersolitaire is een leigrijze lijster met een zwart gezicht en een felle oranje snavel en poten. Zijn trage, fluitende zang met krakende tussentonen klinkt door de bergbossen van Costa Rica en het westen van Panama, maar de vogel zelf blijft vaak verborgen in het bladerdak. Hij komt alleen in die twee landen voor.

Zwartmaskersolitaire (Myadestes melanops)
Foto: Basar — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een trage, ijle reeks heldere fluittonen op wisselende toonhoogte, afgewisseld met metaalachtige, krakende tonen die doen denken aan een roestig scharnier. De roep is een zacht, nasaal wenk.

Luister: ZangXC1002320

Opname: Stephan Risch — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

17–18 cm. Vrij gedrongen voor een solitaire, met een korte, brede snavel. Geheel leigrijs, iets lichter op de buik; voorhoofd, teugel, oogomgeving en kin zwart. Snavel en poten oranje. Vleugels en staart donkerder grijs; in de vlucht een lichte band aan de onderkant van de vleugel. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels bruinachtig met okergele vlekjes.

Verwarrings­soorten

De bonte solitaire Myadestes coloratus in het oosten van Panama heeft een roodbruine rug en vleugels; de verspreidingsgebieden overlappen niet. De grijsrugdwerglijster Catharus fuscater heeft ook een oranje snavel en oranje poten, maar is donkerder met een lichtere buik, heeft een witte iris en loopt vooral op de grond. Verwarring met andere grijze lijsters is door het zwarte gezicht en de oranje snavel weinig waarschijnlijk.

Leefgebied

Vochtig bergbos en nevelwoud, vooral binnen het bos en aan beboste ravijnen, meestal tussen 900 en 2500 m; buiten het broedseizoen deels lager, tot in voetheuvelbos rond 700 m. Leeft vooral in de middenlaag en het bladerdak. Eet veel kleine vruchten en bessen, ook insecten. Nestelt in een nis in een met mos begroeide boomstam of talud.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Komt alleen in het gidsgebied voor: in de bergen van Costa Rica, van de Cordillera de Tilarán en de Cordillera Central tot de Cordillera de Talamanca, en in het westen van Panama, in Chiriquí, Bocas del Toro en Veraguas.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te horen en soms te zien in Monteverde, bij San Gerardo de Dota en Tapantí in Costa Rica en rond Boquete en de Volcán Barú in Panama. De vogel zit vaak stil in de middenlaag; zoeken op de plek waar de zang vandaan komt helpt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in aaneengesloten bergbos; wordt plaatselijk gevangen als kooivogel om zijn zang.

Wetenschappelijke naam

Myadestes melanops | Salvin, 1865

Salvin beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Myadestes werd in 1838 ingevoerd door Swainson. Myadestes is Grieks, van muia 'vlieg' en edestēs 'eter': 'vliegeneter'. melanops is Grieks, van melas 'zwart' en ōps 'gezicht', naar het zwarte masker rond de oranje snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tucurrique, Costa Rica.