Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Zwartmaskersolitaire
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Zwartmaskersolitaire | Myadestes melanops
Black-faced Solitaire | Solitario carinegro
De zwartmaskersolitaire is een leigrijze lijster met een zwart gezicht en een felle oranje snavel en poten. Zijn trage, fluitende zang met krakende tussentonen klinkt door de bergbossen van Costa Rica en het westen van Panama, maar de vogel zelf blijft vaak verborgen in het bladerdak. Hij komt alleen in die twee landen voor.
Geluid
De zang is een trage, ijle reeks heldere fluittonen op wisselende toonhoogte, afgewisseld met metaalachtige, krakende tonen die doen denken aan een roestig scharnier. De roep is een zacht, nasaal wenk.
Opname: Stephan Risch — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
17–18 cm. Vrij gedrongen voor een solitaire, met een korte, brede snavel. Geheel leigrijs, iets lichter op de buik; voorhoofd, teugel, oogomgeving en kin zwart. Snavel en poten oranje. Vleugels en staart donkerder grijs; in de vlucht een lichte band aan de onderkant van de vleugel. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels bruinachtig met okergele vlekjes.
Verwarringssoorten
De bonte solitaire Myadestes coloratus in het oosten van Panama heeft een roodbruine rug en vleugels; de verspreidingsgebieden overlappen niet. De grijsrugdwerglijster Catharus fuscater heeft ook een oranje snavel en oranje poten, maar is donkerder met een lichtere buik, heeft een witte iris en loopt vooral op de grond. Verwarring met andere grijze lijsters is door het zwarte gezicht en de oranje snavel weinig waarschijnlijk.
Leefgebied
Vochtig bergbos en nevelwoud, vooral binnen het bos en aan beboste ravijnen, meestal tussen 900 en 2500 m; buiten het broedseizoen deels lager, tot in voetheuvelbos rond 700 m. Leeft vooral in de middenlaag en het bladerdak. Eet veel kleine vruchten en bessen, ook insecten. Nestelt in een nis in een met mos begroeide boomstam of talud.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Komt alleen in het gidsgebied voor: in de bergen van Costa Rica, van de Cordillera de Tilarán en de Cordillera Central tot de Cordillera de Talamanca, en in het westen van Panama, in Chiriquí, Bocas del Toro en Veraguas.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Geregeld te horen en soms te zien in Monteverde, bij San Gerardo de Dota en Tapantí in Costa Rica en rond Boquete en de Volcán Barú in Panama. De vogel zit vaak stil in de middenlaag; zoeken op de plek waar de zang vandaan komt helpt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Vrij algemeen in aaneengesloten bergbos; wordt plaatselijk gevangen als kooivogel om zijn zang.
Wetenschappelijke naam
Myadestes melanops | Salvin, 1865
Salvin beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Myadestes werd in 1838 ingevoerd door Swainson. Myadestes is Grieks, van muia 'vlieg' en edestēs 'eter': 'vliegeneter'. melanops is Grieks, van melas 'zwart' en ōps 'gezicht', naar het zwarte masker rond de oranje snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tucurrique, Costa Rica.

