Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Zwartkeelwinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartkeelwinterkoning | Pheugopedius atrogularis

Black-throated Wren | Cucarachero gorjinegro

De zwartkeelwinterkoning is een grote, donkere winterkoning van het Caribische laagland van zuidelijk Midden-Amerika, te herkennen aan de zwarte keel en borst bij een verder donker roodbruin verenkleed. Hij leeft verborgen in dichte struiken aan bosranden en wordt meestal opgemerkt aan zijn volle fluitzang.

Zwartkeelwinterkoning (Pheugopedius atrogularis)
Foto: Daniel S. Katz — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een volle, heldere zang van korte fluitfrasen, die enkele keren worden herhaald. Roept met een droog, ratelend gekras.

Luister: ZangXC607876

Opname: Jelle Scharringa — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Bovendelen donker roodbruin, staart met smalle zwarte banden. Wangen zwart met fijne witte streepjes. Keel en borst zwart, overgaand in een donker roodbruine buik en flanken. Snavel vrij lang en zwartachtig. De geslachten zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De kastanjewinterkoning Cantorchilus nigricapillus heeft een zwarte kop met witte tekening en een witte of lichte keel. De zwartbuikwinterkoning Pheugopedius fasciatoventris heeft juist een witte keel en borst en een zwarte buik. De roetkopwinterkoning Pheugopedius spadix (oosten van Panama) heeft een grijzere kop en een roodbruine borst onder de zwarte keel.

Leefgebied

Dichte struiken en kluwens van lianen aan randen van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, dichtgroeiende open plekken, oud secundair bos en begroeiing langs rivieren; vooral in het laagland en de voetheuvels. Zoekt laag bij de grond naar insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Nicaragua, Costa Rica en het westen van Panama. Endemisch voor het gidsgebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te horen in het Caribische laagland van Costa Rica, bijvoorbeeld bij La Selva. Blijft meestal diep in dichte begroeiing; de zwarte keel is vaak pas te zien als de vogel even op een open tak komt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen binnen zijn beperkte verspreidingsgebied; komt ook voor in bosranden en dichtgroeiende open plekken.

Wetenschappelijke naam

Pheugopedius atrogularis | (Salvin, 1865)

Salvin beschreef de soort in 1865 als Thryothorus atrogularis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pheugopedius werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Pheugopedius is Grieks, van pheugō 'mijden, vluchten' en pedion 'vlakte, open veld': een vogel die het open land mijdt. atrogularis is Latijn, van ater 'zwart' en gula 'keel', naar de zwarte keel en borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tucurrique, Costa Rica.