Alle soorten › Nieuwewereldgieren › Nieuwewereldgieren › Zwarte gier

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Zwarte gier | Coragyps atratus

Black Vulture | Zopilote común

De zwarte gier is de meest talrijke gier van het gidsgebied en een vast beeld boven dorpen, steden, vuilnisbelten en vissershavens. Hij leeft in groepen, slaapt gezamenlijk en vindt aas vooral op zicht, vaak door kalkoengieren of soortgenoten te volgen. In het gidsgebied komt hij voor van het noorden van Mexico tot Panama, behalve in Baja California en in het hooggebergte.

Zwarte gier (Coragyps atratus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zonder stemorganen; vrijwel stil. Bij aas, op de slaapplaats en bij het nest sist en gromt de vogel.

Luister: RoepXC917558

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

56–74 cm, gedrongen, met brede, vrij korte vleugels en een korte, vierkante staart waar de poten in vlucht tot aan het eind reiken. Het verenkleed is egaal zwart. De kop en hals zijn kaal, gerimpeld en donkergrijs. Van onderen en van boven valt een witachtige vlek aan de basis van de handpennen op, alleen aan de vleugelpunt. Vliegt met een reeks snelle, ondiepe vleugelslagen afgewisseld met korte glijvluchten, met vlak gehouden vleugels. Jonge vogels hebben een gladdere, zwarte kop. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De kalkoengier Cathartes aura heeft langere, smallere vleugels die hij in een V houdt, een langere staart, zilvergrijze slagpennen over de hele vleugellengte en bij volwassen vogels een rode kop; hij wiebelt in de vlucht en slaat zelden met de vleugels. Jonge koningsgieren Sarcoramphus papa zijn ook zwartachtig, maar groter, met bredere vleugels en zonder witte vleugelpunten. De zwarte buizerd Buteogallus anthracinus heeft een bevederde kop, gele poten en een witte staartband.

Leefgebied

Open en halfopen land, van steden, dorpen, vuilnisbelten en slachthuizen tot weilanden, savannes, stranden, rivieroevers en bosranden; vooral in het laagland en in de dalen, plaatselijk tot ongeveer 2500 m. Broedt op de grond in een holte tussen rotsen, in een holle boomstam of in een verlaten gebouw. Eet aas en afval, maar doodt ook kleine dieren, zoals pas uitgekomen zeeschildpadden en jonge reigers.

Verspreiding en trek

Algemeen in vrijwel het hele gidsgebied: van Sonora, Chihuahua, Coahuila, Nuevo León en Tamaulipas zuidwaarts door heel Mexico en Midden-Amerika tot Panama. Ontbreekt in Baja California, waar hij hooguit als dwaalgast in het noorden voorkomt, en in de hoogste bergen. Buiten het gidsgebied van het zuidoosten van de Verenigde Staten tot Chili en Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Boven vrijwel elke stad en elk dorp in het laagland te zien, vaak in grote aantallen bij vuilnisbelten, vismarkten en slachthuizen en op daken en antennemasten. 's Ochtends zitten de vogels met gespreide vleugels in de zon te drogen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en profiteert van menselijke afvalstromen; de soort breidt zich in de Verenigde Staten noordwaarts uit. Plaatselijk worden vogels vergiftigd of verjaagd bij vuilnisbelten en veeteeltbedrijven.

Wetenschappelijke naam

Coragyps atratus | (Bechstein, 1793)

Bechstein beschreef de soort in 1793 als Vultur atratus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Coragyps werd in 1853 ingevoerd door Le Maout. Coragyps is Grieks, van korax 'raaf' en gups 'gier': 'ravengier', naar het zwarte verenkleed. atratus is Latijn voor 'in het zwart gekleed', zoals bij rouw, naar het zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit St. Johns River, Florida.