Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Zwarte dwergral

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Zwarte dwergral | Laterallus jamaicensis

Black Rail | Polluela negra

De zwarte dwergral is een van de kleinste rallen ter wereld en wordt in het gidsgebied zelden gezien. Hij leeft in de dichtste, ondiepste delen van moerassen en natte graslanden, roept vooral 's nachts en vliegt bijna nooit op. In het gidsgebied is hij bekend van de Coloradodelta in het noordwesten van Mexico en van een handvol savannegebieden in Belize, Guatemala en Honduras.

Zwarte dwergral (Laterallus jamaicensis)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een herhaald, driedelig kie-kie-durr, waarvan de laatste toon lager is, vooral rond middernacht in het broedseizoen te horen; daarnaast een snel, grommend grr-grr-grr en harde tiktonen. Overdag zwijgt de vogel meestal.

Luister: ZangXC1162668

Opname: Paul Lenrumé — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–15 cm, zo groot als een mus, rond, met een korte staart en een korte, zwarte snavel. Het verenkleed is donker leigrijs tot zwartachtig, de kop iets lichter grijs. De nek en bovenrug zijn roodbruin. Rug en vleugels hebben fijne witte spikkels, de flanken en onderstaart zijn smal wit gebandeerd. Het oog is rood bij volwassen vogels; jonge vogels hebben een bruin oog dat in de eerste maanden rood kleurt. De poten zijn donker. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar.

Verwarrings­soorten

De amazonedwergral Laterallus exilis heeft een lichtgrijze kop en borst, een witte keel en een olijfbruine rug zonder spikkels. Het geelbuikporseleinhoen Laterallus flaviventer is even klein, maar heeft een okergeel gezicht en borst, een witte wenkbrauwstreep en gele poten. De soraral Porzana carolina is veel groter, met een dikke gele snavel. Zwarte donsjongen van andere rallen, zoals de soraral en de virginiaral Rallus limicola, missen de witte spikkels en de roodbruine nek en lopen meestal vlak bij een oudervogel.

Leefgebied

In het noordwesten van Mexico zoutmoeras en brakke en zoete moerassen met lage, dichte begroeiing van biezen, zoutgras en lisdodde aan de randen, waar het water slechts enkele centimeters diep staat. In Belize, Guatemala en Honduras natte, grazige laagten en ondiepe moerassen in pijn- en grassavannen. Mijdt open water en diep overstroomde vegetatie. Eet kleine ongewervelden en zaden. Het nest is een kommetje van gras op of vlak boven de grond, onder een dak van gebogen halmen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In Mexico een kleine standpopulatie (L. j. coturniculus) in de moerassen van de Coloradodelta in Baja California en Sonora, waaronder de Ciénega de Santa Clara. Verder verspreide waarnemingen in Veracruz, San Luis Potosí en op het schiereiland Yucatán, waarschijnlijk van wintergasten uit het oosten van Noord-Amerika. In Belize plaatselijk in de savannen van Orange Walk, Cayo, Belize en Stann Creek, in Guatemala in de savannen van Petén en in Honduras in de pijnsavannen van de Mosquitia; zeer zeldzaam in het noordoosten van Nicaragua en in Panama. Buiten het gidsgebied in de Verenigde Staten, op enkele eilanden van het Caribisch gebied en zeer plaatselijk aan de westkust en in de Andes van Zuid-Amerika.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De soort is vrijwel alleen 's nachts op geluid vast te stellen. In de Coloradodelta roepen vogels in het voorjaar vanaf de randen van moerassen; in Belize en Petén zijn de natte savannen in het regenseizoen het meest kansrijk. Geluid afspelen verstoort de vogels en is in beschermde gebieden niet toegestaan; stil luisteren vanaf een dijk of pad werkt het best.

Staat van instandhouding

Bedreigd, door een sterke achteruitgang in Noord-Amerika. Belangrijke bedreigingen zijn het verdwijnen en versnipperen van ondiepe moerassen, veranderingen in de waterhuishouding, begrazing en branden op het verkeerde moment, en stijging van de zeespiegel. De populatie in de Coloradodelta hangt af van de aanvoer van water, en over de aantallen in de savannen van Midden-Amerika is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Laterallus jamaicensis | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Rallus jamaicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Laterallus werd in 1855 ingevoerd door Gray. Laterallus is een samentrekking van Rallus lateralis, een oud synoniem van de roodflankral; Latijn lateralis 'van de zijkant' slaat op de gekleurde flanken. jamaicensis betekent 'van Jamaica', waar de soort werd beschreven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.