Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwarte arendbuizerd
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Zwarte arendbuizerd | Buteogallus urubitinga
Great Black Hawk | Aguililla-negra mayor
De zwarte arendbuizerd is een grote, zwarte buizerd met brede vleugels, lange gele poten en een staart die voor een groot deel wit is. Hij jaagt vanaf een zitpost of lopend over de grond op een breed scala aan prooien, van slangen, hagedissen en kikkers tot krabben, vissen, vogels en kleine zoogdieren. In het gidsgebied is hij een wijdverbreide standvogel van het laagland, van Mexico tot Panama, vooral in de buurt van water.
Geluid
Een lange, oplopende, fluitende schreeuw, uuu-wiieeeeee, vaak hoog in de vlucht of vanaf een zitpost, soms afgewisseld met korte, schelle roepen.
Opname: Guillermo Menéndez (gmmv80) — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
51–64 cm, met brede, afgeronde vleugels, een vrij lange staart en lange gele poten. Volwassen vogels zijn zwart, met fijne witte bandering op de dijen, een witte stuit en gele washuid en teugels. De staart is wit met een brede zwarte eindband en een smalle witte eindzoom; in Mexico en noordelijk Midden-Amerika is het wit uitgebreider, in het oosten van Panama is de staartbasis zwarter en zijn er soms twee witte banden. In de vlucht zijn de vleugels van onderen egaal zwart, zonder lichte vlek in de handpennen. Jonge vogels zijn donkerbruin van boven en okergeel met donkere strepen van onder, met een lichte kop en een staart met talrijke smalle donkere banden; het volwassen kleed wordt pas na enkele jaren bereikt. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje is groter.
Verwarringssoorten
De zwarte buizerd Buteogallus anthracinus is kleiner en gedrongener, met kortere poten, een zwarte staartbasis met één brede witte band in het midden, geen witte stuit en een kleine lichte vlek aan de basis van de buitenste handpennen. De Amerikaanse zwarte arend Buteogallus solitarius is groter en leigrijs, met nog bredere vleugels en een zeer korte staart, en leeft in bergbos. De zwarte kuifarend Spizaetus tyrannus heeft een kleine kuif, bevederde poten en een lange staart met meerdere grijze banden. Jonge vogels lijken sterk op jonge zwarte buizerds, maar hebben langere poten en een langere staart met meer en smallere banden.
Leefgebied
Overstromingsbos en galerijbos, mangroven, moerasbos en moerassen, bosranden en open plekken in laaglandbos, en weiland met verspreide bomen, meestal in de buurt van rivieren of meren; overwegend in het laagland, plaatselijk tot ongeveer 1500 m. Zit op een tak aan de rand van het bos of loopt over oevers, modderbanken en weiland op zoek naar prooi.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel in het laagland van Mexico, aan de Pacifische kant vanaf het zuiden van Sonora en Sinaloa en aan de Golfkant vanaf het zuiden van Tamaulipas, zuidwaarts via Oaxaca, Chiapas, Tabasco en het schiereiland Yucatán, en verder door Belize, Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama. Ontbreekt in het droge noorden en op de hoogvlakten van Mexico en in de hogere bergen van Midden-Amerika. Buiten het gidsgebied in tropisch Zuid-Amerika, ten oosten van de Andes tot in het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Langs rivieren, lagunes en moerassen in de laaglanden, bijvoorbeeld in Palo Verde en Caño Negro in Costa Rica en rond het Panamakanaal, zit de soort vaak op een dode tak aan de bosrand of loopt hij over oevers en weiland. Vogels die hoog boven het bos cirkelen, zijn te herkennen aan de witte staart met de brede zwarte eindband.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Gaat plaatselijk achteruit door het kappen van bos en oeverbos en door afschot, maar is in het laagland van het gidsgebied nog wijdverbreid.
Wetenschappelijke naam
Buteogallus urubitinga | (Gmelin, 1788)
Gmelin beschreef de soort in 1788 als Falco Urubitinga; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteogallus werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Buteogallus is Latijn, van buteo 'buizerd' en gallus 'haan, hoen'; de reden voor dat tweede deel is niet duidelijk. urubitinga is een Tupi-naam voor een roofvogel, via de Braziliaanse beschrijvingen van Georg Marcgrave (1648). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noordoost-Brazilië.






